Kenmerken en behandeling van "Autisten"

  

 
 

NB:  Mogelijk behoeft dit document aanpassingen omdat er heel veel veranderd is in de jaren. Mocht u deze kunnen geven dan houden wij ons zeer aanbevolen!

Op 30 maart 1987 hield de regio Noord-Brabant van de NVA in Eindhoven een studiedag over de oudere autist en zijn mogelijkheid tot zelfstandig wonen. Vanuit verschillende gezichtspunten werd de problematiek van deze groep belicht. Ouders, zussen en (andere) deskundigen voerden het woord. Hieronder treft u een samenvatting van de lezing van Peter van Breukelen over kenmerken en behandeling van jong- volwassen autisten. De heer Van Breukelen is als psycholoog verbonden aan de Noordelijke Stichting Autisme(NSA) en houdt zich daar bezig met de jongvolwassen autist. Hij is van mening dat de diagnose "autistisch" tijdens de adolescentie nog moeilijker is vast te stellen dan op jonge leeftijd.

Bij jonge kinderen kunnen alle autistische kenmerken aanwezig zijn, maar op latere leeftijd vaak niet meer, Zij vertonen dan bepaalde autistische gedragskenmerken in afgezwakte vorm of bizarre communicatie, terwijl bijvoorbeeld het stereotiepe gedrag van voordien veel minder aanwezig is. Deskundigen en hulpverleners komen bij de oudere autist in verassing. Reden: de meeste autistische jongeren maken contact, zij kunnen communiceren.

De heer van Breukelen geeft vervolgens een schets van de autistische kenmerken, die op oudere leeftijd veranderen, vervagen of zelf verdwijnen in vergelijking met de diagnostische criteria van Rutten (1978). Gegevens hiervoor zijn verkregen naar aanleiding van een onderzoek naar de eigenschappen en kenmerken van autistische adolescenten en volwassenen van Sippie van den berg 1986, aangevuld met gegevens verkregen uit de praktijk. (NSA).

 

Eerste Criterium

Het contact met de dingen en mensen uit de omgeving is niet of onvoldoende ontwikkeld(Rutter, 1978)

Duidelijk is dat er nog steeds sprake is van een contactstoornis, door adequaat op niveau aangepast onderwijs kan veel verbetering opgetreden zijn. Er is dan zelden sprake van een totaal isolement en een absoluut onbereikbaar en niet bespreekbaar zijn. Alleen bij ernstige kwetsuren en traumatische ervaringen kunnen deze verschijnselen op oudere leeftijd voorkomen, maar dan is er ook sprake van contact afweer. Veel autistische Jongeren gaan contact met anderen, met name bekende volwassenen, niet uit de weg. Vaak kunnen zij plezier beleven aan sociale interactie, maar ze tonen meestal zelf geen initiatief in het aangaan van contact of ze doen het op een vreemde, onhandige manier. Het aangaan van contact met de ander, heeft voor hen vaak een bepaald doel: onder andere het willen weten van iets, een bepaald behoefte bevrediging. of het uitgebreid vertellen over hun interesses. Van wederkerigheid in het contact is nauwelijks sprake. Deze wederkerigheid is vaak ook afwezig bij gesprekken. Ze praten meer tegen, dan met iemand. Algemeen kunnen we stellen dat de autistische jongere onhandig blijft op sociaal gebied, en weinig beent heeft van sociale regels, waardoor zijn omgaan met anderen inadequaat, rigide of juist zeer aangepast is. Gevoelens of gelaatsuitdrukkingen van andere mensen kunnen ze meestal niet begrijpen. De oudere autist kan zich niet of nauwelijks verplaatsen in andere personen en de diepte en echtheid van een relatie kunnen zij niet goed beoordelen en inschatten. Hun eigen gevoelens kunnen ze slecht uiten. Zelden zullen ze samen met andere mensen meedoen aan een gezelschapsspel of een bepaalde activiteit Ze kunnen dan alleen toehoorder zijn. Op sociaal gebied hebben ze een gebrek aan intuïtie. Wel kunnen ze in de omgang goed de gespannenheid tot het eisende gedrag van anderen aanvoelen. Wanneer ze dan behoorlijk faalangstig zijn kunnen ze zich terugtrekken. De oudere autisten zijn naïef en te goed van vertrouwen en kunnen zich niet goed voorstellen dat andere mensen slechte bedoelingen hebben, hierdoor kunnen ze bijzonder weerloos en manipuleerbaar voor anderen zijn. Het is moeilijk voor hen een wederkerig gesprek te voeren ze spreken meer tegen dan met de ander. Het ene type autist geeft korte antwoorden en vertelt alleen iets als hem concreet en gericht gevraagd word Een ander type kan veel te veel praten: lange monologen over hun interesses of bepaalde ervaringen en is kleverig in het contact.

 

Tweede criterium.

De taalontwikkeling is gestoord en komt vertraagd of in het geheel niet op gang. Het tekort aan taal wordt niet gecompenseerd door gebaren en mimiek. Wanneer er taal is, toont deze specifieke kenmerken (onder andere echolalie. eigenaardige uitspraak, woordgebruik, omkering van voornaamwoorden).

Wat betreft de taal- en spraakontwikkeling kunnen we stellen, dat voor autistische jongeren die een goede ontwikkeling hebben doorgemaakt geldt dat de problemen die zij hebben vooral van sociaal- communicatieve aard zijn. Van echolalie is bij hen nauwelijks meer sprake en grammaticale fouten worden er praktisch niet meer gemaakt. Er is vaak een groot verschil tussen actieve en passieve taal. Ze kunnen de gesproken taal in hun geheugen prenten, maar ze kunnen er niet altijd betekenis aan verlenen. Met name aan de abstracte begrippen en de symbolische betekenis van woorden. Vaak nemen ze veel dingen letterlijk in plaats van figuurlijk. Het is voor hen ook moeilijk te begrijpen dat de betekenis van een woord in de ene situatie anders kan zijn dan in een andere. Hun feiten kennis is vaak groot. Toch kunnen ze die kennis niet functioneel gebruiken in de juiste context, immers communicatief taalgebruik vereist enig inzicht en een flexibele sociale aanpassing. De spraak wijkt duidelijk af van leeftijdsgenoten. Hun spraak is vaak monotoon de intonatie en zinsbouw kan enigszins afwijkend zijn.

 

Derde criterium.

Weerstand tegen veranderingen: dwangmatige en stereotiepe handeling (wapperen met handen, tikken met de vingers, draaien aan voorwerpen, sterke gehechtheid aan gewoontes, patronen en dingen).

De oudere autist is nog steeds gebonden aan bepaalde routines. Over het algemeen is deze gebondenheid niet zo sterk meer als vroeger, maar nog steeds duidelijk aanwezig.(afhankelijk van de mate van autisme). Verandering van een vast patroon kan echter veel minder snel tot problematisch gedrag leiden, bijvoorbeeld driftbuien, paniekreacties. Een groot aantal van hen kan zich veel gemakkelijker dan vroeger over veranderingen en verstoringen in hun vaste dagelijkse leefpatroon heen zetten. Het gehecht blijven zijn aan vaste structuren leidt tot een aantal gedragskenmerken. Over de preoccupaties en de sensomotorische gevoeligheid kunnen we het volgende zeggen: meestal is het zo dat de gevoeligheden en preoccupaties, die vroeger sterk in intensiteit en frequentie aanwezig waren, ook nu nog wel zichtbaar zijn. Vaak is dit in veranderde vorm, bedekt, bijvoorbeeld in plaats van geobsedeerd te zijn door lampen, is er meer belangstelling voor sterren.

-Sorry, hier is een stuk tekst niet leesbaar door de
-Slechte kwaliteit fotokopie.

De vroeger rijkelijk veel voorkomende, voor ouders onbegrijpelijke angsten en onverklaarbare driftbuien, zijn vaak voor een groot deel verdwenen, met name als de taal goed op gang is gekomen. Dat de gedragsproblemen van de jongvolwassen autisten minder groot zijn heeft te maken met een tweetal factoren.

 

  1. Net als alle normale kinderen zijn ze ouder geworden en hebben ze door aan hun niveau aangepast onderwijs veel geleerd. Ze zijn door de jaren heen meer van de wereld en van de mensen om zich heen gaan begrijpen en meer gewend geraakt aan verschillende situaties en omstandigheden (met name de thuisverblijvende en schoolgaande kinderen.)
  2. Hun taalbegrip en hun actieve taal is veel beter dan op jonge leeftijd. door dit vermogen zijn zij in staat hun wensen, eisen, problemen, vragen en dergelijke veel beter op een verbale manier te uiten en kunnen ze tot hun gesproken taal veel beter begrijpen dan vroeger.
Enkele andere aspecten die bij de oudere autist naar voren komen zijn de volgende: De oudere autist blijft problemen houden met verwerken van informatie: ze kunnen net zoveel opmerken als ieder ander, maar ze kunnen hun gegevens niet goed integreren. Een autistische jongere vertelde na het lezen van een artikel over autisten dat het lijkt alsof je door een koker in een ruimte kijkt. Dit zal verband kunnen houden met het gedetailleerde waarnernings vermogen Autistische jongeren hebben gebrek aan inzicht in en overzicht van de situatie en ter compensatie klampen ze zich vast aan vaak niet relevante details. Ze hebben moeite met het tegelijkertijd uitvoeren van drie of meer opeenvolgende opdrachten. Ze leven meer in het hier en nu. Ze onthouden veelfeiten, gegevens uit het verleden, maar het is over het algemeen niet of slecht geïntrigeerd> Hun verleden bestaat uit een opeenvolging van feitelijke gebeurtenissen, waarvan sommige vaak nog precies de datum weten. De oudere autist is weinig toekomstgericht. Het roosteren van de nabije toekomst is voor velen een noodzaak. Duidelijk is dat ze hulp nodig hebben om hun toekomst te ontwerpen. Dat wil zeggen dat anderen vanuit hun omgeving vaak sturend en structurerend moeten optreden.
Vooral autisten van lager niveau hebben een zwak individualiteitbesef. Dat wil zeggen dat ze een weinig realistisch zelfbeeld hebben en een slecht inzicht hebben in hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Velen onder hen zijn negatief faalangstige personen met een lage frustratietolerantie waardoor ze problemen kunnen hebben met prestatiegericht bezig zijn.
Autisten van hoger nivo hebben vaak een negatief zelfbeeld omdat ze zich bewust zijn of worden van hun handicap. Lichamelijke puberteitsverschijnselen treden over het algemeen later op dan normaal, of treden in het geheel niet op. Autistische personen kunnen vaak moeilijk prioriteiten stellen. Ze hebben weinig inzicht op hun problemen en kunnen ze vaak niet aan een ander verworden. De emotionele puberteitsverschijnselen zoals bijvoorbeeld verliefd zijn komen bij hen op veel latere leeftijd of in het geheel niet naar voren. Hun gevoelsbelevingen en uitingen zijn vrij vlak en weinig genuanceerd. Met name de autisten van hoger niveau vertonen een sterk rigide karakterstructuur. Ze worden zich vaak in de puberteit bewust van het feit dat ze anders zijn dan normale jongeren van hun leeftijd. Deskundige hulp is van essentieel belang omdat het kan leiden tot ernstige depressieve gevoelens waardoor er gevaar kan bestaan voor suïcide. Jongeren in de puberteit bespreken vaak hun problemen met leeftijdsgenoten, autistische jongeren kunnen dat vanwege hun handicap niet. Het is dan ook van noodzakelijk belang dat zij hiervoor hulp van een deskundige, iemand van buiten het gezin krijgen. Natuurlijk zij niet alle kenmerken van toepassing op alle jong- volwassen autisten, ieder autistisch persoon is een individu en verschilt van elk ander individu. Ook tussen autisten bestaan grote verschillen. Het autisme uit zich niet bij iedereen op precies dezelfde manier. Voor allen geldt dat hun autistische handicap bepalend is voor hun functioneren in de maatschappij.

 

Behandeling en begeleiding

De heer van Breukelen vervolgde zijn lezing met een bespreking van de aspecten behandeling en begeleiding. Van behandelen wordt gesproken wanneer activiteiten van de hulpverlener primair gericht zijn op het teweegbrengen van bepaalde veranderingen in het functioneren van het individu of systeem. Van begeleiding wordt gesproken als de activiteiten van de begeleider primair gericht zijn op het handhaven van het evenwicht bij het individu of systeem.

De Nota "De zorg voor de oudere autist in Nederland", (NVA, januari 1987) onderscheidt de groep oudere autisten in drie niveaus:

  • laag,
  • midden,
  • hoog.
Deze indeling is gemaakt op basis van het niveau van zelfredzaamheid en sociale vaardigheid. Het verstandelijk niveau speelt daarin een ondergeschikte rol, meer de mate van autisme. Naar mate de zelf- en sociale redzaamheid groter is kenmerkt de hulpvraag zich door minder intensieve begeleiding en bescherming, meer zelfstandigheid in wonen en dagbesteding, geringer beroep op semi-murale of zelfs ambulante zorg.

 

Basishulpvraag voor de drie niveaugroepen

Algemeen kenmerk: autisten vragen zelden hulp> de ouders zullen zich hierin actief moeten opstellen. Veelal is hulp noodzakelijk bij begeleiding in het leefklimaat of werkmilieu. Een zinvolle dagbesteding is voor autisten belangrijk omdat anders terugval naar een lager niveau van functioneren kan plaatsvinden. Voorwaarden voor goede begeleiding bij deze dagbesteding zijn:
  • Vaste begeleiders die kennis hebben van autistisch gedrag met daarbijbehorende aanpak.
  • Vaste programma onderdelen op vaste tijden.
  • Activiteiten die voldoende interesse wekken en aansluiten op het individuele niveau.
  • Niet alleen verbale instructie, maar ook visuele ondersteuning is belangrijk bij het geven van opdrachten.
  • Ruimte bieden in het leef- en werk- milieu. Het is van belang dat de oudere autist zich kan terugtrekken vanwege zijn overgevoeligheid voor bepaald en teveel aan prikkels, wat kan leiden tot woede uitbarsting. Daardoor heeft hij meer fysieke ruimte nodig om zich af en toe te kunnen terugtrekken.
  • Wat betreft zijn werkzaamheden/activiteiten: de begeleider moet met name het belang van het werk benadrukken. Positief en stimulerend zijn, een totaaloverzicht kunnen geven van het onderdeel van de werkzaamheden waarmee de oudere autist bezig is.

Begeleiding

Op DVO's (dagverblijf voor ouder geestelijk gehandicapten), sociale werkplaatsen. Dat kan bestaan uit
  • bemiddeling bij plaatsing
    voorwaarden:
    • Kleine groep
    • structuur biedend
    • niet alleen groepsgericht bezig zijn
    • voorlichting aan begeleiders.
  • Bestaande uit:
    • algemene kennis over autisten
    • specifieke aanpak van de autistische personen.
    • regelmatig adviesgesprekken over aanpak en benadering.

Behandeling kan zowel individueel als groepsgericht plaatsvinden. De heer van Breukelen illustreert de groepsgerichte behandeling aan de hand van videomateriaal betrekking hebbende op de sociale vaardigheidscursus die met succes in Groningen gegeven wordt. 

Deze pagina is bijgewerkt op 11 januari 2002
© Stichting AutSider