Tips om hoogfunctionerende autisten te onderwijzen

  

Mensen met autisme hebben problemen met organisatorische vaardigheden, ongeacht hun intelligentie en leeftijd. Zelfs een "normale goede" leerling met autisme die een fotografisch geheugen heeft kan niet in staat zijn om te onthouden dat hij een pen mee moet nemen naar school of om te onthouden wanneer de laatste datum is om een opdracht in te leveren. In zulke gevallen moet hulp geboden worden op de minst beperkende manier. Zo kan in dit geval een plaatje van een pen op z'n agenda geplakt worden of dat er een check-lijst met opdrachten komt die de student thuis eerst af moet werken. Prijs de leerling altijd wanneer hij iets heeft onthouden wat hij eerder eens was vergeten. Kleineer hem nooit en "zeur" ook niet wanneer er iets mis gaat. Een preek over het onderwerp zal niet alleen niet helpen, maar de zaak alleen maar erger maken. Hij zal beginnen te geloven dat hij zich geen dingen zal kunnen herinneren. Deze studenten hebben altijd het netste of het meest rommelige bureau of kluisje op school. Degene met het rommeligste bureaublad zal uw hulp nodig hebben bij het steeds opgeruimd houden van het bureaublad of kluisje, zodat hij alles kan vinden. Onthoud goed dat hij waarschijnlijk niet bewust rommelig is. Hij is hoogstwaarschijnlijk niet in staat tot deze organisatorische taak zonder specifieke training. Probeer hem te trainen in organisatorische vaardigheden door kleine, duidelijke stappen te gebruiken.

Mensen met autisme hebben problemen met theoretisch denken en met denken in ideeën. Sommigen zullen uiteindelijk abstracte vaardigheden bereiken, maar anderen zullen dit nooit bereiken. Wanneer abstracte ideeën gebruikt moeten worden, gebruik dan visuele hulpmiddelen zoals tekeningen en geschreven woorden. Vermijdt vage vragen zoals "Waarom deed jij dat?". Zeg bijv "Ik vind het niet leuk, wanneer jij je boek hard dichtslaat als ik zeg dat het tijd is voor de gymles. Leg het boek de volgende keer rustig neer en vertel mij dat je boos bent. Wilde jij me nu laten zien dat je gymlessen niet leuk vindt of dat je door wilt gaan met lezen?". Vermijdt om verhalende vragen te stellen. Wees zo concreet mogelijk in alle interacties met deze studenten.

Een toename in ongewoon of moeilijk gedrag wijst mogelijk op een toename van spanning. Soms wordt stress veroorzaakt door het gevoel de controle kwijt te raken. Heel vaak zal de stress alleen verminderen als de student zichzelf fysiek verwijdert van de spanningsveroorzakende gebeurtenis of situatie. Als dit gebeurt moet er een programma opgesteld worden om de student te begeleiden om weer terug te komen in de spanningsveroorzakende gebeurtenis of situatie. Als dit gebeurt, kan een "veilige persoon" of een "veilige plaats" van pas komen.

Vat wangedrag niet persoonlijk op. De hoogfunctionerende persoon met autisme is geen manipulerend, sluw persoon die aan het proberen is om het iemand moeilijk te maken. Ze zijn zelden tot nooit in staat om te manipuleren. Gewoonlijk ontstaat wangedrag bij hun pogingen om ervaringen die verwarrend, desoriënterend of beangstigend zijn te overleven. Mensen met autisme zijn, op grond van hun handicap, op zichzelf gericht. De meeste hebben extreme moeilijkheden om de reacties van anderen te interpreteren.

De meeste hoogfunctionerende mensen met autisme gebruiken en interpreteren gesproken woorden letterlijk. Totdat je precies weet wat de mogelijkheden zijn van de autist, moet je het volgende vermijden:

  • idiomatische uitdrukkingen (bijv, spaar je adem, in het startschot vallen, een doorn in het oog)
  • dubbele bodems (de meeste grappen hebben dubbele bodems)
  • sarcasme (bijv. door te zeggen "Prima gedaan hoor" nadat hij ketchup op zijn kleren heeft gemorst.)
  • bijnamen: leuk bedoelde namen zoals makker, maatje en wijsneus

Onthoud dat gezichtsuitdrukkingen en andere sociale signalen mogelijk niet werken. De meeste personen met autisme hebben moeilijkheden bij het lezen van gezichtsuitdrukkingen en bij het interpreteren van lichaamstaal.

Als de student/scholier blijkbaar een taak niet kan leren, verdeel de taak dan in kleiner stapjes. Ook is het mogelijk de taak op verschillende manieren te presenteren (bv visueel, in woorden, met materiële voorbeelden).

Vermijd teveel woorden. Wees duidelijk. Gebruik kortere zinnen als je bemerkt, dat de student/scholier je niet helemaal begrijpt. Hoewel hij waarschijnlijk geen gehoorproblemen heeft en hij goed oplet, kan het zijn dat hij moeite heeft om het belangrijkste punt uit je verhaal te halen en vast te stellen wat belangrijke informatie is.

Bereid de student/scholier voor op alle veranderingen van/in de omgeving en veranderingen in de dagelijkse gang van zaken. Voorbeelden van zulke veranderingen zijn samenkomsten op een ongewone tijd, een leraar die vervangen wordt en een verandering in het lesrooster.

Behandeling van het gedrag werkt, maar als het niet goed gebruikt wordt, kan het robotachtig gedrag bevorderen of alleen zorgen voor een verandering van gedrag voor de korte termijn of resulteren in enige vorm van agressie.

Een behandeling die vrij is van (innerlijke) tegenspraak en verwachtingen (van iedereen) die niet met elkaar in strijd zijn, is erg belangrijk.

Wees ervan bewust dat normale hoeveelheden auditieve en visuele input door de student/scholier als teveel of te weinig kan worden opgevat. Het gezoem van een Tl-buis is extreem afleidend voor sommige mensen met autisme. Overweeg veranderingen in de omgeving aan te brengen, zoals het verwijderen van "visuele wanorde" uit het lokaal of het veranderen van zitplaatsen als de student/scholier afgeleid of van streek is door iets in het lokaal.

Als de hoog functionerende student/scholier met autisme steeds weer dezelfde argumenten gebruikt en/of steeds weer dezelfde vragen stelt, moet je dit onderbreken, voordat het een lange,eentonige opsomming wordt. Het steeds maar weer beantwoorden van deze vragen op een logische manier of gaan argumenteren, zal zelden leiden tot het stoppen van dit gedrag. Het onderwerp van de discussie of van de vragen is niet altijd het onderwerp dat hem van streek brengt (heeft gebracht). Vaker zal hij/zij over willen brengen dat hij voor zijn gevoel de controle verliest of onzeker is over iemand of iets in zijn omgeving. Probeer hem zover te krijgen, dat hij zijn steeds herhaalde vraag of argumentatie opschrijft. Schrijf dan jouw antwoord ook op. Meestal is dit het begin van het rustiger worden en het stoppen van de zich steeds herhalende activiteit. Als dit niet werkt, kun je zijn vraag of argumentatie zelf opschrijven en hem vragen om een logisch antwoord of een logische reactie hierop te schrijven (eventueel zoals hij denkt dat jij zou antwoorden of reageren). Dit leidt af van de steeds erger wordende verbale acties en kan hem een meer sociaal geaccepteerde manier geven om zijn frustraties of angsten uit te drukken. Een andere mogelijkheid is met hem een rollenspel te spelen waarbij jij de steeds weerkerende vraag stelt en hij het antwoord moet geven, zoals hij denkt dat jij zou doen.

Omdat deze personen verschillende communicatiemogelijkheden ondervinden, is het niet verstandig om erop te vertrouwen dat zij belangrijke (en minder belangrijke) mededelingen goed overbrengen aan hun ouders over schoolgebeurtenissen, huiswerk, schoolregels enz.. Probeer dit eerst uit met een duidelijke controle om te kijken of het thuis goed overgebracht wordt. Zelfs het meegeven van brieven voor zijn ouders werkt niet altijd. De student/scholier kan vergeten om de brief af te geven of kan hem kwijt geraakt zijn. (Ook al is hij op andere terreinen nog zo slim). Telefonisch contact tussen de school en thuis werkt het beste. Veelvuldig en nauwkeurig overleg tussen leraar en thuis is erg belangrijk.

Als de klas opgedeeld moet worden in kleine groepjes (tweetallen) of wanneer er partners gekozen moeten worden voor allerlei taken is het belangrijk om goed op te letten. Trek nummers of gebruik een andere willekeurige manier om groepjes of paren te maken. Vraag anders een erg aardige en sociaal bewuste leerling/student om de autistische medeleerling te kiezen voor het kiezen daadwerkelijk is begonnen. De leerling met autisme is meestal degene die anders als enige/laatste overblijft. Dit is erg ongelukkig, omdat juist hij er het meeste voordeel van heeft om een (goede) partner te hebben of bij een clubje te horen.

Veronderstel van geen enkele vaardigheid dat de leerling met autisme die heeft. Het is vb. mogelijk dat een "wiskundewonder" niet in staat is om een eenvoudige verandering in een berekening op een rekenmachine te maken. Of hij kan een uitstekend geheugen hebben voor alle boeken die hij gelezen heeft, voor alle lezingen die hij gehoord heeft, of voor alle gegevens over een bepaalde sport, maar niet in staat zijn om te onthouden dat hij een pen mee moet nemen naar school. Een compleet verschillende ontwikkeling van allerlei vaardigheden is juist een kenmerk voor de persoon met autisme.

 

Vertaalt van artikel geschreven door Susan Moreno and Carol O'Neal

Deze pagina is bijgewerkt op 11 januari 2002
© Stichting AutSider