Point of view van Anoniem 3 Ik ben geboren in Eindhoven, in een gezin met nog vier andere kinderen. Ze hadden alleen mijn tweelingbroer verwacht die al geboren was, en ik was de verrassing. Daar lag ik dan in een snel van de zolder uit de mottenballen gehaalde wieg. Ik was een stuitligger en ik heb dus wel even een angstige geboorte gehad. Ik heb later nog regelmatig nachtmerries gehad van een donkere nauwe tunnel waar ik in opgesloten zat en waar ik uit wilde omdat ik bang was te stikken. Ik weet dat ik vroeger tegen de mensen altijd twee keer mijn naam moest zeggen, want de eerste keer verstonden ze het niet. Ik sprak heel onduidelijk. Later ging ik uit mezelf mijn naam alvast maar twee keer zeggen tegen die mensen, dat bespaarde hun weer een vraag. Ik had ook een eigen brabbeltaaltje ontwikkeld wat alleen mijn tweelingbroer kon volgen. Van mijn vroegste jeugd weet ik nog dat ik in de box zat en gilde. Mijn ouders konden niets anders doen dan maar weer een rol mariakoekjes open maken, dan was ik tenminste weer stil. Vanaf de tijd dat ik een potlood ontdekte begon ik te tekenen. Op de kleuterschool was ik graag met blokken bezig. Ik weet nog precies de gele sloffen die ik aanhad,en die mijn moeder voor me gemaakt had. ze waren geel, met op de bovenkant een blauw driehoekje, en ze waren van een soort badstof, ik kan het nog steeds voelen. Ik heb nog steeds hele duidelijke scherpe beelden uit mijn jeugd, in kleur. De kinderen van de kleuterschool herinner ik me niet meer. Die zullen wel niet zo'n indruk gemaakt hebben op me. In mijn lagere schooltijd stond ik een beetje aan de kant altijd, hoewel ik nooit echt alleen was. mijn tweelingbroer was meestal bij me. Wij hebben alle twee astma, dus we waren vaak ziek en benauwd. In de klas was ik onrustig en druk,tenminste zo keken mijn ouders en de leerkrachten er tegenaan, die vonden dat ik vervelend was in de klas. maar ik wist nooit wat er gezegd werd dus moest ik het vaak navragen. Ik nam dingen heel vaak letterlijk op. Ik begreep moppen slecht of helemaal niet, dus kreeg ik de naam dom te zijn. Terwijl ik het met de verschillende vakken goed deed. Als ouder kind tekende ik vaak griezelverhalen en soms ook hele lugubere, ik heb ze later ook allemaal vernietigd. Ik was gek van treinen en klokken. Ook bestudeerde ik allerlei diertjes uit de sloot en de tuin. De bekende huisdieren zoals honden, katten cavia's en konijnen, de dieren die je kon aaien, daar moest ik niets van hebben. Ik had een duimlapje, een kleine wit lapje stof waarmee ik duimde en sabbelde, en dat lapje heb ik tot op de eerste klas van de middelbare school gehad. ik raakte in paniek als ik dat lapje niet had. Ik was ook altijd aan het bewegen met mijn hand of met iets anders, kon me nooit helemaal stilhouden. De leraren op school zagen mijn tekentalent en stimuleerden me daarin. Treinen en technische constructies waren mijn favoriete onderwerp. ik heb ook strips getekend, en apparatuur, onderzeeboten vond ik prachtig, Vrienden had ik nauwelijks op school. Met veel moeite kon ik mijn Havo-diploma halen, en ik had al besloten om in het ziekenhuis te gaan werken als verpleger. Anatomie boeide me enorm, en ook medicijnen en ziekenhuisapparatuur. In de praktijk bleek echter dat ik met mensen maar heel moeilijk om kon gaan, ik begreep ze gewoon niet, voelde me altijd zo klein bij hun. Ik heb er ook altijd extreem jong uit gezien voor mijn leeftijd. Nu nog steeds. Ik bleek gewoon heel onhandig te zijn met mensen.Toen ik te horen kreeg dat ik voor de verpleging niet geschikt was, begreep ik daar niets van. Ik had toch goede punten gehaald? Dat was het belangrijkste vond ik... Ik had toen eigenlijk al moeten weten dat een sociaal beroep voor mij niet haalbaar was. Na een aantal jaren thuis gezeten te hebben was ik me in het geloof gaan verdiepen, en een prachtige wereld ging voor me open. Toen wist ik het; ik zou priester worden. Kerken vond ik prachtig en de kleurige gewaden, de rituelen en de brandende kaarsjes fascineerden me. Ik ging naar het st. Janscentrum in Den Bosch, naar de priesteropleiding. Ik voelde me prettig met de strakke dagstructuur, ik hoefde me geen zorgen meer te maken over mijn brood verdienen, een relatie was niet toegestaan dus daar had ik ook geen problemen meer mee. Kortom, ideaal dacht ik. Maar ook hier bleek in de stageperiode weer dat werken met mensen op zijn zachtst gezegd, niet mijn sterkste kant was. En dat ik zo'n organisatie als een parochie nooit aan zou kunnen. Ik kon gewoon niet wat andere mensen moeiteloos leken te doen. Dus ik heb het theoretische gedeelte van de opleiding helemaal afgemaakt, en toen er mee gestopt. In totaal had ik vijf jaar gestudeerd. Ik ben nog in een bibliotheek gaan werken, ik dacht dat is rustig werken, maar nee, het was hectisch, en je moest drie dingen tegelijkertijd kunnen. Inmiddels was na lange onderzoeken bij de (kinder) psychiater en neuropsycholoog duidelijk geworden dat ik autistisch was. Een vriendin wees me op de autistische kenmerken die ze bij mij zag en herkend had van een autistisch kind wat zij vroeger mee hielp opvoeden. Zij had me geadviseerd naar een deskundige te gaan. Nu begon ik het pas te begrijpen. Mijn eigenaardigheden en overgevoeligheden. De neiging om me in mezelf op te sluiten. Mijn feilloze visuele geheugen, waarmee ik uit mijn hoofd zoveel na kon tekenen. Mijn driftaanvallen. Mijn gebrekkige contact met anderen. Mijn fascinatie voor lichtjes, mijn vreemde monotone stemgeluid. Mijn dwangmatige gedrag en obsessieve interessen. Mijn overgevoeligheid voor licht, geluid en tastprikkels. Mijn weerzin tegen grote groepen mensen en drukte. Goh! had ik het maar eerder geweten. Dan had ik heel andere beslissingen genomen in mijn leven. Maar het gevoel van blijheid overheerste toch. De herkenning en de rust die daarop volgde. Ik hoefde mezelf nooit meer de schuld te geven van een mislukking of een fout. Ik heb dus echt een handicap! ik kreeg uit mijn omgeving ook steeds meer positieve reacties toen mijn diagnose langzaam bekend werd. Veel mensen begrepen mijn gedrag plotseling veel beter. Nu heb ik een leuke baan in een instelling voor verstandelijk gehandicapten/autisten. Leuk, hoewel het zelfstandig wonen en werken in een "reguliere" situatie toch wel veel stress met zich meebrengt. Alle zorgen rond huishouden regelen en financieen en sociale contacten enz. dat kost best wel heel veel energie. De relatie met mijn ouders is nu veel beter dan vroeger en daar ben ik blij om, want ze zijn een grote steun voor mij, en ik voor hen ook. En ik hoop dat dat nog lang zo mag blijven. Mijn diagnose is wel bespreekbaar met hun, zij hebben ook meegewerkt aan het onderzoek wat voor de diagnose nodig was. Onlangs is op het Leo Kannerhuis, een specialistisch centrum voor Autisme in Oosterbeek, de definitieve einddiagnose vastgesteld en dat is Autistische Stoornis oftewel kernautisme, en ik heb van Mevr. Aerts, de jeugdpsychiater aldaar het advies gekregen om te zoeken naar een beschermde woonvorm, waar ik ook beschermd en begeleid kan werken. Ik kan nu in 2003 een plaats krijgen op "De Boerderij" een woongemeenschap voor normaal begaafde autisten, waar ik onbezorgd kan werken aan mijn grote talent en hobby; het schilderen en tekenen. Ik kan wel zeggen dat ik heel optimistisch ben over de toekomst, en dat ik blij ben dat ik zoveel mensen om me heen heb die me op de juiste manier hebben geholpen. --------------------------------------- Dit is een persoonlijke Point of view: Te lezen op www.autsider.net Rechten van het geschrevene berusten bij de auteur. Het geschreven kan vrij gebruikt worden in sociale kring zolang daar geen geld voor gevraagd of aan verdient wordt!