levensverhaal- 1971- nu Ik vrees dat het wat lang is. Hoe moet ik beginnen?Ik zou zo 10 verhalen kunnen schrijven die mijn levensverhaal allemaal zijn en allemaal kloppen. En toch zo verschillen, dat je niet het idee hebt dat het om hetzelfde verhaal gaat. Is dat eigenlijk gewoon? Ik weet het niet. Heeft iedereen dit gevoel? Of is het zo vanzelfsprekend dat het nooit gezegd wordt? Dat gebeurd vaak. Terwijl die dingen helemaal niet voor zichzelf spreken. Mensen staan zelden stil bij het feit dat het ook anders kan. Dat er andere mogelijke uitkomsten zijn. Zelfs als je het ze uitlegt begrijpen ze het vaak niet. Daarin zijn zij star en ik niet. Toch ben ik degene die snel star wordt. Als ik me goed voel en ontspannen ben, associeer ik me te pletter, heerlijk. Ik ben altijd al een dromer geweest. Ter illustratie; Hoe zou het zijn om een kat te zijn? Ik kan het me helemaal voorstellen. Nou ja, bijna dan. Met het gevoel in de snorharen heb ik wat voorstellingsvermogen tekort, maar het lijkt me net zoiets als de sterke sensitiviteit van de rand van de bovenlip, maar dan uitgestrekt in sprieten. Hun gedrag is een eitje om te snappen en ik zo zo heel graag in een rondje willen kunnen liggen. Ik heb het vaak jammer gevonden dat ik geen kat ben. Ik zou zo uren kunnen vertellen wat de katten in mijn leven hebben gedaan, hoe ze 'denken' en zich waarschijnlijk gevoeld hebben. Ik zeg uren, maar denk dat dagen beter klopt. Dit soort dingen zeg ik zelden. Meestal zeg ik gewoon dat ik dol ben op katten en ze aardig begrijp. Ik heb ook wel eens gezegd dat ik waarschijnlijk in mijn vorige leven een kat ben geweest, als grapje. Ik heb me dit ook wel eens serieus afgevraagd. Ik heb veel met ze gemeen. Ik vertel wel eens een leuke korte anekdote. Mensen vinden dat leuk. Ik ook. Ik moet er wel aan denken dat ik niet teveel zeg. Dat moet ik altijd. Alleen nu even niet. Ik ben via mijn zus in aanraking met het begrip autisme gekomen. Haar zoontje was volgens veel mensen een moeilijk kind. Ik vind hem eigenlijk wel makkelijk in de omgang, makkelijker dan zijn 'normalere' zusje. Dat is ook een leuk kind .Maar niet makkelijker.De socialen bij ons in de familie denken daar precies anders over. Hij was dus moeilijk. Hij is onderzocht. Mijn zus is een sterk betrokken moeder en wilde geen herhaling van wat er in ons gezin gebeurde. Hij bleek ADHD te hebben. Mijn zus kreeg een boek in handen over adhd en pdd-nos. Deel 1 was de beschrijving van haar zoontje en twee was de beschrijving van mij. Alsof ze alsnog de gebruiksaanwijzing kreeg. Ze gaf me het boek te leen. Precies de dingen die ik niemand aan het verstand kan peuteren stonden erin. Ik was verbaasd dat het bij autisme hoorde. Ik herkende mezelf wel eens in de beschrijvingen van verstandelijk gehandicapten over zichzelf. Maar dat kon ik niet zijn, ik was vaak de slimste van de klas. Ik had een hogere score op de cito dan een meisje dat gymnasium ging doen. Ik wist dat ik ongeveer even intelligent was. Inmiddels hadden we ook ontdekt dat ik winterdepressies heb. Ik heb nu lichttherapie en dat zorgt dat ik het hele jaar door meer energy heb. Toch bleef er iets niet kloppen. Aan autisme had ik nooit gedacht. Natuurlijk wist ik wel dat autisten je vaak niet aankijken, wat mijn vader en ik ook niet deden. Ik ben eindeloos getraind door mijn moeder en lijk normaler. Ik kijk wel maar doe dat toch niet helemaal goed. Ik herkende mezelf niet in 'rainman' en had nooit een 'hoog functionerende autist' gezien. Ik ben langdradig, zeggen ze. Ik vind dat zij veel overslaan en zich slecht kunnen inleven. Ook zien zij veel details niet. En ze zijn ongeduldig. Van mij zeggen ze dat ik een engelengeduld heb. Ik zie overal verbanden en associaties. Ik vind dit leuk en fascinerend. Ik kan er echt van genieten dat een atoom met ionen net een soort zonnestelseltje is. Dat de vorm van een blad, vrijwel overeenkomt met de natuurlijke vorm van de volwassen boom in kwestie. Dat de plaatjes van een foetus eerst lijken op een vis en dan verder de revolutieladder opklimmen tot ze een echt mini-mensje zijn. Ik vraag me af of het betekenis heeft. Het 'wonder van de schepping' vind ik prachtig. De meeste mensen zien het niet eens. Van veel dingen mag je ook niks zeggen. Dit vind ik heel vervelend. Het schijnt ongepast te zijn Ik denk veel dingen die ongepast zijn. Zo ben ik niet bang voor de dood. Nooit geweest ook. Angst is voor mij afgrijzen over wat zou KUNNEN gebeuren. Dood gaan is niet onzeker. Dat is in elk geval iets wat ontzettend zeker is. Wanneer of hoe weet je niet, maar dat het gebeurd, dat wel. Ik vind dit prettig. Aan alles komt een eind. Leven is vaak moeilijk; het stelt me gerust dat het eindig is. Dat geeft me ook de wens om van de leuke dingen te genieten zolang als het nog kan. Voor mij houdt dit in, dat ik dus ook verder moet leren omgaan met mensen. Mensen waarbij ik mezelf niet kan zijn, die me niet begrijpen. Ik moet me altijd inhouden, mezelf nooit echt laten zien. Het idee van een eeuwig leven jaagd me de stuipen op het lijf. Alleen als alle mensen ander en lief zijn anders is het een hel voor de eeuwigheid. In mijn boosheid heb ik het sommige mensen wel eens proberen uit te leggen. Het is alsof je altijd in een vijandige wereld leeft. Ik doe niemand kwaad, nooit. Toch moet ik er altijd bewust rekening mee houden, dat anderen dat mij wel doen. Ik ben niet naief. Niet meer. Ik weet inmiddels dat mijn anders zijn, wat ik toch nog steeds uitstraal, agressie kan oproepen in anderen. Ik vind dit raar. Zij zijn ook anders dan mij; daar word ik toch ook niet boos van. Als klein kind was ik rustig. Ik heb een 1-jaar oudere zus. Die was normaal druk, zoals kinderen zijn. Ze wilde graag veel aandacht. Ik niet. Niet zoals zij. Ik vond het niet prettig om veel aangeraakt te worden. Zij wel, ze zocht het op. Ik vond het prettig om te kijken en mijn eigen ding te doen. Verstoring daarvan vond ik niet leuk. Ik kon urenlang naar een blaadje kijken zonder me te vervelen. Ik wreef vaak met een watje langs de rand van mijn bovenlip, dat voelde goed. Nu doe ik dat met mijn wijsvinger. Ik moet er wel aan denken dat niet in het openbaar te doen. Ik ben nu 37 jaar, dan doe je dat niet. Dus wel. Net als lichtjes heen en weerwiegen, al voelt dat prettig geruststellend. Toen kon dat gelukkig wel. Ik herriner me mijn box. Hij was groot en van hout. Ik voelde me daar veilig. Dat was mijn plek, mijn hoekje.Ik voel me nog steeds prettig in een afgebakende ruimte. Mijn bed stond tegen een muur. met een laag schuin plafond. Om echt lekker te kunnen slapen wikkelde ik mezelf strak in dekens of dekbed, met zoveel mogelijk gewicht aan alle kanten. De grote zachte oranje deken tegen mijn gezicht aan en mijn rug tegen de muur. Niet voor de warmte. Ik had het zelden koud. Jammer genoeg was dit zomers te warm. Gelukkig hadden we ook een zware katoenen deken. Dat was wel te doen. Ik had graag mijn lijf warm en mijn hoofd koel, nog steeds. Ik wist niet goed hoe ik moest aangeven dat ik een aanraking niet wilde. Mijn zus was daarin geen voorbeeld, want zij wilde wel. Gelukkig waren daar de katten. De kat zag het aankomen en ontweek de persoon. Dat kon ik ook. Helaas ging ik vaak zo op in mijn eigen wereldje dat ik het niet altijd doorhad en dan was ik te laat. Mijn moeder schrok wel toen ik tegen haar sisste zoals een kat. Ik had het wel fijn gevonden om over mijn rug geaaid te worden, als ik contact zocht, maar vroeg het niet en ze wist dat dus niet. Mijn zus en ik deelden een kamer. Ze kwam vaak op mijn stuk. Dat vond ik niet leuk. Natuurlijk was er wel het probleem dat aan de kant de wasbak was en aan de andere kant de deur. Dus we moesten wel op elkaars kant komen. Heel beleefd negeerde ik haar als ik over haar terrein moest. Ze leek iets anders te verwachten. Ik heb nog steeds de neiging om mensen te negeren die over mijn 'terrein' komen. Dit is voor mij beleefd en natuurlijk. Voor anderen werkt het niet. Mensen kunnen heel agressief reageren. Sommigen denken dat ik arrogant ben. Ik heb dit onderzocht en ik ben niet arrogant. Mensen veronderstellen allerlei rare motieven achter mijn gedrag die vrijwel nooit kloppen. Ik ben geen heilige, maar ik word beschuldigd van allerlei akelige dingen. Arrogant, neerbuigend, belerend (dat klopt trouwens wel eens een beetje) schijnheilig, dwarsliggend, onraakbaar, koud, gevoelloos, saai, sloom, star, egoistisch, harteloos en onnadenkend ( Ik denk juist heel veel, al kan ik niet alles bijhouden.) Ik weet nu dat ik een warm en gevoelig iemand ben. De ander is voor mij heel belangrijk, minstens zo belangrijk als ik zelf ben. Ik neem een ander zoals die is en begrijp hun vaak heel goed. Zij mij niet zo. Onraakbaar ben ik zeker niet, al zien andere, zellfs familie dat vaak niet. Ik lig soms dwars als mensen iets van me willen wat ik niet begrijp of waarvan ik weet dat dat bij mij niet zo werkt. Ik trek me terug als het me teveel word. Dat word vaak slecht geaccepteerd. Als ik wel door moet gaan, niet weg kan, word ik heel star, houterig. Houterig is een leuk woord; ik zou dan liever een boom zijn. Lijkt me heerlijk. Allemaal blaadjes waar de wind mee speelt, wortels stevig in de grond, licht en lucht en grond om me heen en niks hoeven. Jammer genoeg soms, ben ik een mens. En moet dus als een mens zijn. Dit is geen keuze. Nu kan mens zijn soms ook leuk zijn, al vergeet ik dat wel eens als het leven me zwaar valt. Toen ik opeens naar school moest was het niet zo leuk meer. Sommige dingen waren leuk. Klimmen in de wandrekken, je er doorheen draaien als een slingerplant of een slang. Heel veel blokken in kleuren die je in allerlei vormen kon leggen. Er waren ook soms kinderen die dezelfde dingen leuk vonden als ik. Ik begrijp nu dat ik niet echt samen speelde, maar dat we gelijkop met een ding speelden. Net als ik de kamer met mijn zus ook niet echt deelde, maar opdeelde. Dat verschil begint me pas duidelijk te worden nu ik de kinderen van mijn zus zie spelen. Er zit een verschil in. Ik vond spelen met kinderen leuk. Alle twee met iets bezig zijn in dezelfde ruimte gaf een prettig gevoel van wat ik zie als saamhorigheid. Ik spiegelde dan ook makkelijker mijn mimiek aan hun. Tijd was een probleem. Je moest zoveel doen, zoveel handelingen in te korte tijd om erover na te denken. Onrustig zonder dat er tijd was om me even terug te trekken uit de drukte. En dan de ruzies daarover. Het ongeduld van mijn moeder. Haar stress en frustratie waar ik niks mee kon. Nog grotere behoefte om me terug te trekken waardoor ik alleen maar moeilijker kon functioneren. In de eerste klas (groep 3 is dat nu) leerden we lezen. Dat kon ik goed en supersnel. In mijn familie is boekenwurm zijn een vrij normaal gegeven en gewenst tijdverdrijf. Ik was dol op sprookjes. Alle sprookjes en sagen en legenden. Nu nog steeds. Ik ben inmiddels overgestapt op fantasy en science-fiction. Veel mensen vinden dat onzinboeken. Nergens word echter het mens-zijn zo goed uitgelegd als in boeken over andere wezens. De goede verhalen zijn zo geschreven dat het echt zo zou kunnen zijn. Bovendien zijn de boeken vaak dikker en in meerdere delen. Dit vind ik leuker en gemakkelijker lezen. Ik heb moeite met dunne boeken. Dan kom ik vaak niet in het verhaal. Ik voelde me vaak iemand die op een planeet opgroeid die niet de zijne is. Die het mens-zijn niet helemaal onder de knie lijkt te krijgen, al lijk ik wel op ze. Ik spreek wel eens met mensen uit andere culturen. Wat zij vreemd vinden van Nederlanders of Friezen is voor mij heel herkenbaar. Vooral het verschil in beleefdheidsvormen. Dat is overal iets anders. Wat ze vaak leuk vinden aan mij is mijn onverdeelde aandacht en interresse in hun verhalen. Dat ik ze niet vreemd of raar vind omdat ze iets niet begrijpen. Ik kan ze soms vertellen waarom een opmerking of gebruik hier iets anders betekend dan bij hun. Omdat ik het zelf al eens uitgezocht heb. Ik ben dol op onderzoeken. Het kan zo'n opluchting zijn om iets te begrijpen. Alles zit logisch in elkaar, voor alles is een oorzaak en een gevolg. De kunst is echter om het te vinden. Vrijwel altijd begrijp ik wat ik vind. Al mis ik dingen. Dingen die mij niet opvallen en die de anderen me schijnbaar niet kunnen duidelijk maken. Balen. Ik was ook goed in rekenen. Dat zijn puzzels die altijd kloppen. Altijd logisch zijn. In veel verschillende vormen. Uit mijn hoofd leren kan ik niet goed dan haal ik dingen door elkaar. Begrijpen kan ik heel veel. Ook abstract. Dat levert wel een bepaald raar gevoel op, wat lijkt op de beschrijving van ontheemding, maar dat vind ik wel leuk. Zoiets als een vlieger zijn. Ik kan beter een verhaal onthouden dan een woord. Ik kan beter een verhaal onthouden dan een gezicht. Ik maak wel eens de fout dat ik hetzelfde verhaal aan dezelfde persoon vertel. Ik onthoud het verhaal van de persoon wel, maar koppel daar de naam en het gezicht niet aan. Ik probeer nu om iets in het gezicht of de naam aan het verhaal te koppelen. Dat is wel moeilijk. Ook weet ik vaak niet of mensen die me bekent voorkomen, hoor te kennen of dat ik ze regelmatig in dezelfde buurt zie. Vroeger zei ik heel weinig spontaan. Ik kon dat ook niet goed. Ik maakte mijn zinnen zelden af. Ik kom uit een klein dorpje en werd geacht iedereen te kennen. Ik kende de kinderen van mijn eigen leeftijd wel, maar niet hun zusjes of broertjes, tenzij die veel bij hun thuis waren als we daar speelden. Mijn zus was sociaal heel vaardig en ik was meestal samen met haar bij anderen. Mijn zus is heel loyaal, gelukkig. Later hebben ze me toch nog buitengesloten, heel aggressief. Dit omdat degene die de nieuwe baas werd dat wilde. Ik was geen volger. Ik was geen leider. Ik was altijd onafhankelijk en onbevooroordeeld. De eerdere leiders hadden dat altijd geaccepteerd. Anders hadden ze trouwens ook mijn loyale zus moeten buitensluiten. Niet dat ik dat laatste toendertijd besefte. Ik vond mijn eerlijkheid normaal en begreep niet waarom dat voor anderen zo'n probleem opleverde. Een meisje zag mij als haar vriendin. Dit vond ik wel ok. Toen zij ruzie had met een ander meisje en mij erbij haalde werd ze heel kwaad toen ik haar zij dat het andere meisje gelijk had. Dit was gewoon zo. Ik begreep niet waarom ze kwaad was. Ze vroeg wie gelijk had en ik zei dat. Iets anders was niet kloppend geweest. Ze wilde dat ik het voor haar opnam ook al had ze ongelijk. Ik had het graag voor haar opgenomen, als ze me dat gevraagd had. Maar erom liegen kwam niet in me op. Als ik lieg is dat een bewuste keuze. Inmiddels had ik nog een zusje, 5 jaar jonger en ook een aandachtvrager. Nog erger dan mijn zus. Ze zat vaak aan mijn spullen en maakte ze soms kapot. Ik mocht daar dan niet kwaad om worden, terwijl ik het verschrikkelijk vond, omdat ik ouder was. Wat het een met het ander te maken had, hebben ze mij niet uitgelegd. Ze werd niet echt verantwoordelijk geacht voor wat ze deed, omdat ze nog klein was. Ik vond dat ze wel verantwoordelijk was. Ze wist toch wat ze deed. Ik deed zelf nooit iets zonder te weten wat ik deed. Dat ik degene was die daarin anders was, wist ik toen niet. Ik pakte wel eens wat lekkers uit de kast, net als mijn zussen. Dat mocht natuurlijk niet. Mijn moeder werd dan heel boos. Echt razend. We wilden alledrie nooit zeggen wie het gedaan had. Toen mijn goed willende moeder uiteindelijk de oplossing had en zij dat ze niet zo boos zou zijn als we eerlijk zouden zijn, geloofde ik haar. Dus de volgende keer pakte ik de pinda's en at ze heimelijk op. Met smaak. Toen ze vroeg wie de pinda's had opgegeten zij ik dat ik dat had gedaan. Ik klonk vrij onverschillig. Was dat ook. Ik voelde me vrijwel nooit schuldig. Je deed iets of je deed het niet. Ik deed nooit iets waarvoor ik me schuldig zou voelen. Ik vond dat een akelig gevoel en had dat liever niet. Mijn ouders werden ongelooflijk kwaad, wat ik niet eerlijk en verschrikkelijk vond. Zelfs mijn vader was kwaad en die was haast nooit kwaad. Ik heb gezien hoe mijn zussen het deden. Die pakten iets, aten dat op en deden dan net alsof ze zich schuldig voelden. Ik vond dat hypocriet en oneerlijk. Pas bij een gesprek 10 jaar terug toen ik dat noemde, vertelden mijn zussen mij dat ze zich wel schuldig voelden en dat het nooit toneelspel was geweest. Ik was eerlijuk gezeg verbijsterd. De dochter vanb mijn zus lijkt erg veel op haar. Ik zie haar nu ook veel dingen doen waar ze zich schuldig om voelt. Heel vreemd voor mij. Rond mijn 9de ging er van alles mis. Ik kon niet meer meekomen met de rest. Ik had me heel erg verheugd op de 3e klas, want dan mocht je de eerste klassers helpen met lezen en ik kon heel goed lezen en was heel geduldig. Helaas. We hadden een 2-lokalig schooltje en de bovenste klassen waren heel klein terwijl de lagere klassen heel groot werden. Dus niet meer 1-2-3 bij de juf en 4-5-6 bij de meester, maar 1-2 bij de juf en 3-4-5-6 bij de meester. In dat jaar gebeurde er veel wat ik niet aankon. Mijn fijne motoriek was gebrekkig en ik ging op ballet om wat verfijning te krijgen. Ik had een geweldige juf Sally die lief en aardig was en duidelijk uitlegde. (sommige mensen doen vriendelijk en aardig maar zijn het niet. Sommigen wel. Dat voelt heel anders.) Ze liet ons muziek horen die ik zo prachtig vond. Al die verschillende geluiden die door elkaar golfden en bewogen. Prachtig. Ze vertelde het verhaal erbij. Over sneeuwvlokjes die bewogen in de wind. We leerde vaste passen en bewegingen. Ik kon ze goed want ik was heel lenig. We mochten ook af en toe vrij dansen en de bewegingen gebruiken daarbij. Ik vond het geweldig. Ik weet nu dat de combinatie van een mooi verhaal, een echt vriendelijke juf, fascineerende muziek, de houdvast van de bewegingen die ik kende en de orde en structuur die er was en de vrijheid om op te gaan in mijn verbeelding de perfecte combinatie voor me waren. In de kleedkamer was het mis als altijd. Daar waren de andere kinderen aggressief en gemeen. Ik probeerde ze te negeren, wat absoluut niet hielp. Dat was bij korfbal ook zo. Nog steeds haat ik gezamelijke kleedruimtes. Ik voel me dan nog steeds alsof ik een pak slaag ga krijgen terwijl ik niks terug kan doen. Doordat dingen mis gingen werd ik starder.Trok me terug in mezelf. Negeerde wat ik niet aankon (andere mensen). Waardoor alles nog moeilijker werd. Ik was bang voor de bal bij korfbal. Dat ding kwam opeens levensgoot op je af en werd heelsnel groter. Eng. Ik was wel snel en onverschrokken en kon goed verdedigen. Ik liet me nooit afleiden of opfokken. Het blijft moeilijk om me op te fokken. Als je het weet is het eigenlijk simpel. Ik kan er niet tegen als dingen niet kloppen. Als ik me prettig voel valt dit mee. kan ik het zelfs grappig vinden, er spelletjes mee spelen. Bij stress wordt het een ramp. Klokkijken wilde niet. Ik kon niet onthouden of half elf nu half over elf of voor elf betekende. Ik zat eerst lang naar de klok te turen en was er steeds onzeker over of ik het goed had. Dit helpt niet echt bij op tijd komen. Uiteindelijk kreegik dan toch een digitaal horloge omdat op tijd komen belanrijker was dan klokkijken. Ik kan het nu wel, al komt een vergissing wel voor. Ik heb geen digitale klokken meer omdat ik weet dat ik het anders weer kwijtraak, verleer. Alleen mijn wekker is digitaal, omdat dat moet kloppen, ook als ik moe ben en mijn hersenen nog niet helemaal werken. Mijn moeder haar persoonlijke frustratie met mij en mijn vader was inmiddels regelmatig hysterisch. Ze had de neiging om heel kwaad te worden als ze zich niet gehoord voelde. Dat triggerde iets uit haar verleden. Nu had ze dus een dochter en een man die haar leken te negeren als ze gefrustreerd was. Leken. Ik wist dondersgoed dat ze er was. Ik was heel bang voor haar extreme woede.en was vaak het bokje. Ik onderging het. Meer kon ik niet. Ze dacht dat ze me niet kon bereiken. Ik wou dat dat waar was en het niet alleen maar zo leek. Alsof ze op een muur sloeg en zich niet realiseerde dat het maar een meisje was. Ik huilde later pas. Op mijn stukje kamer. Ik kon niet huilen waar ze bij was. Ik kon dan niks. Alles wat ik deed of zei was verkeerd. Als mijn vader er was en zag hoe het mis ging hield hij haar tegen. Ik was me hier vrijwel niet bewust van. Ik begrijp nu dat ik dan in een soort uit-stand stond. Maar hij was er natuurlijk niet altijd. Mijn moeder is een goede moeder, geen onmens. Ze wist niet wat er aan de hand was maar werd bang voor haarzelf. Met angst en beven is ze naar de huisarts gegaan; Ik sla mijn kind......enz. ze schaamde zich en vond het verschrikkelijk wat ze me aandeed. Ze was na zo'n sessie eens naar boven gegaan en had me op mijn kamer hartverscheurend horen huilen. Ze wist niet wat ze moest doen. Ze had zichzelf niet in de hand. Het betekent heel veel voor me dat ze hulp heeft gezocht. Mensen hebben zich zelf soms niet in de hand. Ze wilde niet doen wat ze deed. Ze ging dus naar de dokter. Die gaf haar een antiwormkuur voor mij mee, want kinderen kunnen soms zo vervelend zijn als ze wormpjes hebben......... Door de strees uit die tijd vergat ik veel dingen, raakte ze kwijt, kwam te laat en begon zo altijd verstoord aan alles. Tegen de tijd dat ik naar de grote school ging was mijn zelfbeeld, voor zover aanwezig, beroerd. Ik was bang voor aggressie, kon het ook niet zijn. Ik kon een ander niet bewust kwetsen. Was er niet toe in staat. Ik was geen leider, geen volger en inmiddels te onzeker over alles om voor welbewuste eenling door te kunnen gaan. Ik was dus weer het bokje. Pispaaltje enz. Ook enkele al te eerlijke antwoorden op vragen hielpen niet echt. Als bekend werden anderen agressief door mijn houding. Het is net of ze er van alles achterzoeken wat bedreigend kan zijn voor hun. Ik zat op de mavo en hoefde niet te leren. Ik kon het zonder ook wel aan. Als ik wel eens wat laag stond las ik de stof even goed door en haalde minstens een 9. Leraren werden bijna gek van mij. De lessen vond ik vaak leuk. De leraar vertelde en ik luisterde. Ik was heel aandachtig. Ik kon geen uittreksel maken, mijn notities waren zelfs voor mezelf onleesbaar. Een spreekbeurt of verslag hoorde niet bij de mogelijkheden. ik deed niet eens een poging. Mij werd verteld dat ik kon kiezen tussen een spreekbeurt of een 1. Ik koos de 1. Vond het een hele eerlijke benadering. Nu denk ik echter dat zij het als een retorische vraag bedoelden. Een 1 was geen probleem. Even een paar keer de stof geconcentreerd opnemen en ik had weer wat hoge cijfers om te compenseren. En fijn niet voor de klas hoeven staan. Voor mij was het leven toen een verzameling keuzes met consequenties. Ik hield me niet bezig met mijn sociale interacties of het ontbreken ervan. Op een gegeven moment was ik uitgeput en zat al geruime tijd te bedenken hoe ik zelfmoord zou plegen. Ik haatte mijn leven en zag geen uitweg. Nergens leek het er op dat het ooit makkelijker of leuker zou worden. Waarom zou ik het dan doen? Ik voelde me met niemand verbonden. Bij het uitdenken stuitte ik echter op een probleem. Het lijk. Ze zouden mijn lijf vinden. Niet vinden kan niet want dan blijven ze helemaal onzeker. Dat zou mijn familie niet kunnen verdragen. Een netjes lijk leek me beter. Trein kon dus niet. Dat wordt een rommeltje. Er moesten wel vergiften zijn die je netjes achterlieten, maar ik wist nog niet welke. Over pijn zat ik niet zo in. Ik reageer daar minder sterk op dan anderen.Toen stelde ik me plots voor dat mijn kleine zusje me vond of het te horen kreeg. Mijn zusje is heel gevoelig. Ze moest al huilen als anderen huilen. Het was voor haar moeilijk mijn zusje te zijn. Ze voelde echt veel pijn en wilde altijd zo graag helpen al kon ze dat nog helemaal niet. Ik begreep niet altijd waarom ze zich dingen zo aantrok, maar wist wel dat het echt was. Ik kon haar niet achterlaten met een dooie zus. Ze zou het niet begrijpen, zichzelf de schuld geven al is er nooit iets geweest wat ze had kunnen doen om het beter te maken. Ze was echt te jong. Ik realiseerde me dat ze er nooit tegen zou gaan kunnen. Ik vond mezelf niet belangrijk genoeg om haar leven te verpesten. Leven met mij als zus was geen pretje. Maar ze had zich zo aan me gehecht dat ik haar niet los kon maken. Dus sloot ik die mogelijkheid af. Die bestond niet meer. Er was nog een optie open; leven. Balen maar het is niet anders. Perongeluk, door wat uitspraken van mij en anderen en een verschil in mijn houding blijkbaar, reageerden klasgenoten nu anders op me. Ze leken af en toe bang voor me. Ik dacht eerst dat ik het verkeerd gezien had. Dat was niet zo. Ze waren bang. Ik was een tijdje voor lesbie uitgemaakt omdat ik niet meedeed met de belangrijkste meidenhobby; jongens. Ik ging vroeger met jongens om als gelijken. Op school zeiden ze dat jongens en meisjes gelijk waren, wat me logisch leek. Ik had flinke borsten, maar was wel behoorlijk sterk. Ik negeerde mijn lijf meestal. Had er geen hekel aan. Voelde er helemaal weinig bij. Ik vond het niet mooi maar wel functioneel. Ik was helemaal in de wolken van een jongen een klas hoger. Ik heb ooit hoi tegen hem gezegd maar hoopte dat hij me niet gehoord had. Dat duurde ongeveer 3 jaar. We hadden het op school over anticonceptie enzo. Daar had ik het ook met mijn moeder over gehad. Mij moeder had benadrukt dat ik aan de pil zou gaan als ik sex had, wilde. In de vraag in de klas, wie al wat besproken had was dat dus mijn antwoord. Dat samen met wat gemene roddels uit het dorpje, gaf iedereen het idee dat ik niet een lesbie was maar een slet/hoer. Daar scholden ze me dus voor uit.Toen ik dat hoorde moest ik spontaan Lachen. Hardop. Als je nagaat dat ik anders weinig gezichtsuitdrukking had, viel dat op. Dat is niet de reactie die ze verwachtten. Ik vond het echt absurd. Ik had nog nooit iemand gezoend. Rare hoer. Ik realiseerde me op dat moment dat ze domweg niks van me begrepen . Dat ze niks van me wisten tenzij ik dat zei. Dat ze echt geloofden wat ze hoorden al was het niet waar. Ik was wel ietwat naief, maar was er heel zeker van dat een hoer sex heeft. Ik niet dus was ik geen hoer. Ik leek het minst op een hoer van iedereen. Daarna was ik plots zelfverzekerd. Ze konden me niet raken. Het waren gewoon maar mensjes die niks wisten en bang waren. De pijn, fysiek van de pesterijen viel wel mee. Een passerpunt gaat niet zo heel diep. Daar had ik geen last van. Verder heb ik heel erg gelachen toen ze mijn fiets wilden kapotmaken. Die dag had ik toevallig een andere fiets mee dan anders. Ik kon hem ook niet stallen op de normale plek, omdat ik weer eens te laat was. Ik hoorde ze die ochtend overleggen fluisteren, Maar ik heb hele scherpe oren, al versta ik niet alles als er achtergrond geluiden zijn. Ik hoefde nieks te doen, maar had wel voorpret. In de middag pauze ging ik braaf uit de weg zodat zij hun gang konden gaan. Ik weet niet wiens fiets ze hebben gesloopt, maar ze waren knap geschokt toen ik mijn moeders fiets pakte en wegfietste. Humor. Het bleef moeilijk, maar daar kwam de volgende school. Ik heb een school uitgekozen op uitstraling, niet op soort. Dat was de tuinbouwschool. Verstandelijk prima te doen. Er waren echter wat problemen. Van 6 naar 22 vakken was onhaalbaar. ik kon niet alle boeken uit het hoofd leren/opnemen. De stof was interresant maar teveel. Ik had nooit hoeven leren te leren. Ik kon begeleiding krijgen. Daar leerde ze me kennen en begrijpen wat er mis ging. De vrouw kende de vakken niet. Dat bleek een voordeel. Doordat ik haar uitlegde wat voor soort stof ik moest leren leerde ze mijn denken begrijpen. Normaal word er van tevoren zoveel aangenomen dat mensen niet meer echt luisteren naar wat je zegt. Zij deed dit wel. Toen vroeg ze me een uittreksel te maken. Dat wilde ik niet, Het moest. Meestal houd ik dan nee vol. En krijg een laag cijfer. Zij kon en wilde me niet straffen. Ik had geen les van haar. Dat was duidelijk. Ik kon dus niet nee zeggen.Dat was niet eerlijk. Ik zei dat ik het niet kon, wat pijnlijk was om toe te geven. Toch moest ik het proberen. Daar kwam dus een kwart schrift aan. Beter dan een half boek. Met veel moeite en 3 keer overschrijven om het leesbaar te maken. Ze keek bedenkelijk en ik probeerde duidelijk te maken dat het echt niet korter kon. Dan zou het niet meer kloppen. Ik voelde me lichtelijk wanhopig. Ik had willen huilen. Ik kon niet beter en schaamde me zo. Ik kreeg thee. toen vroeg ze me een spiekbriefje te maken. Ik was boos. Ik spiekte niet. Ze haastte zich om uit te leggen dat ik niet hoefde te spieken. Maar dat mijn uittreksel op zo'n soort formaat moest passen. Ik keek naar het schrift en zei dat dat niet kon. Ze heeft toen allinea voor allinea met me doorgewerkt. ik las het en moest dan in eigen woorden zeggen wat er stond. Kort. Dan gingen we op zoek naar een manier om dat zelfde in 1 zin te zeggen. Hells. Maar meer ruimte was er niet. Dat liet ze me zien. Een zi per allinea.Ik mocht mijn grote uittreksel houden. Maar de kleine moest erbij. Ze zei 'moeten' alsof het een vaststaand feit was- niet alsof zij dat vond- Met feiten kan ik overweg. Ik kreeg het voor elkaar. En toen kon ik het. Ik hoefde niet meer tekomen wat ik wel jammer vond. Ik ben later wel vastgelopen. Dat was onvermijdelijk. Ik kon de sociale situatie niet aan. Ik had goede vriendinnen die me leuk vonden. Een leuke tijd. Ik was stoer en kon mijn angsten verbergen. De belangstelling van jongens vond ik geweldig. Ik deed net of ik wereldwijs was. En de meesten trapten erin. Het was een school vol met apparte mensen. Ik was appart. Als ze me vroegen of ik gek was, zei ik ja. Einde discussie, Makkelijk. Sommigen dachten dat ik blowde, wat ik eerst niet deed. Wel even gedaan. Vond het leuk, af en toe. Ik reageerde anders op veel dingen, maar het viel me niet echt op daar. Iedereen was anders dan normaal. Ik begreep niet veel van wat er met me gebeurde. Ik deed van alles. kreeg relaties die me soms beangstigden. Had regelmatig sexuele contacten. Eigenlijk deed ik alsof ik een Jongen was. Dat wil zeggen, mijn samengesteld beeld van een jongen. Maar dan een vrouw. De normale behoefte aan intimiteit zoals meisjes hoorden te hebben voelde ik niet op die manier. De sensatie van sex was leuk. Het is voor mij een soort achtbaanrit. Tenminste zoals anderen de gevoelens beschrijven van een achtbaanrit. Ik kon niet bijhouden wat ik dacht of voelde en probeerde dat niet echt meer. De wereld was een chaos met alleen mijn mening en de schoolindeling die struktuur gaven. Mijn vrienden waren klaar met school en verhuisden. Ik zat in het laatse jaar. Ik raakte zwanger, besefte dat ik dit niet kon. Ik kon geen kind op deze wereld zetten. Deze rare rotte wereld die zo hard en gemeen is. Ik kon ook geen moeder zijn. Ik liet een abortus doen. en stortte in. Voornamelijk door het schuldgevoel om de opluchting. Afgrijzen voelde ik, Walging. Ik vluchtte weg. dook onder bij een vriend en stortte in. Hallucinaties van een haai die op me af kwam. Ik werd door mijn vriend gedwongen om naar het riagg te gaan. Ik kon niks meer. wilde liever een steen zijn. Daar kreeg ik antidepressiva. Dat maakte de hallucinaties vager en ik kon weer een beetje denken. Wel wisselden mijn stemingen elk kwartier. Van daaruit ben ik doorverwezen naar een ptg. Psychgotherapeutische gemeenschap. Stop 20 mensen in een snelkookpan en steek het vuur aan. De staf probeerde de processen in de juiste banen te leiden. Ik wilde er absoluut niet heen. Ik sprak erover met mijn moeder. Met wie ik een moeizaam en wankel contact had. Ik was nog steeds bang voor haar. Ze zei dat de angst die ik daar voor had ik overal had. Wilde ik ooit kunnen functioneren moest ik er iets mee doen. Waarom niet daar? Daar had ik tenminste begeleiding. Dat was waar. Ik wist dat er iets heel erg mis was en moest er uit komen. Ik ben gediagnoseerd als iets met pre-persoon en iets over cognities in denken en handelen. Ik snap het nog steeds niet al hebben ze het me proberen uit te leggen. Dit is wel raar, want ik vind universiteitsstof vaak makkelijk te begrijpen. Ik heb hun wel hun 'huiswerk' uitgelegd. De stof van het lbo- heb ik wel vaak moeilijk gevonden. Maar dit is toch wetenschap? Waarom begrijp ik het dan niet. Ik heb wel vrij veel geleerd daar. Iedereen daar had denkfouten. Deze werden door de groep en de staf eruit gefilterd en aan de kaak gesteld. Hoe kijk je naar jezelf en naar anderen. Waarom doe je wat je doet, wat zijn je gevoelens, wat zijn je redenen. Hoe kom je over. Ik had me nooit echt gerealiseerd dat ik effect op anderen had. Ook bleek ik te kunnen schilderen, wat ik niet wist. Mensen daar schrokken vaak van mijn schilderingen. Als ik tekende wat ik voelde, nadat ik afgeleerd had om iets moois te willen maken, schrokken mensen vaak. Het koste een les om me dat af te leren. Het ging heel logisch. Als je een gevoel gaat tekenen en dat is naar, dan kan en mag de tekening niet mooi zijn want dan klopt de tekening niet. En hij moet kloppen. Zie; -Dat is taal die ik begrijp-. Ik heb gemerkt dat ik zo door te tekenen wat ik voelde, van mijn gevoel via mijn hand en ogen naar papier en dan weer door te zien begrijpen wat ik voelde en daar dan over kon praten. Ik moest het alleen eerst zien. Ik wist ook nooit wat ik zou maken totdat het af was. Via deze omweg leerde ik mijn gevoelens kennen. Nu kan ik het ook zonder omweg. Waarschijlijk omdat ik de meeste nuances nu wel ken. Daarna ben ik nog vaak gevallen, maar ik weet nu dat ik eruit kan komen. Dat is een houdvast als geen ander. Ik denk dat de biologie ook een grote rol heeft gespeeld. Mijn gedachtegang en de ontwikkeling ervan is vrijwel gelijk aan die van; " een echt mens" van Gunilla Gerhard, al zijn mijn ouders veel leuker. Mijn keuze en haar noodzaak zich te onwikkelen, hoe moeizaam ook, zijn toch goed geweest. Als ik teveel in bescherming was genomen had ik dit niet bereikt. Ik ben nu in staat tot werk en relaties. Al blijven er altijd weer problemen. Ik werk onder mijn niveau. Ik heb een IQ van 123. Maar kantoorwerk is voor mij niet haalbaar. Mensen verwachten onbewust voortdurende sociale acties van elkaar. Zoals bij apen "vlooien" sociaal werkt zijn er die voortdurende signalen, die ik niet af geef of verkeerd. Op de werkvloer heb je dit veel minder.Je hebt vaak letterlijk je handen vol. Afwijkingen zijn daar minder erg. Zolang je maar aan een aantal voorwaarden kan voldoen. Wat ik dus inmiddels kan. Daar moest ik wel in bijgeschoold worden omdat ik zelf niet goed zie wat ik anders doe. In mijn ogen doet iedereen alles anders. Ik zie wel verbanden maar weet niet of en welke betekenissen en correlaties er zijn.Verder was het ook wel interresant omdat ik door het routineuse werk wat even prettig kan voelen als wiegen, ik energy over houd om op de mensen om me heen te letten en grapjes te maken en zo te zoeken naar verdere manieren om met de mensen om te gaan. Ik heb verschillende relaties gehad. Met de laatste ben ik ruim 6 jaar geleden getrouwd. Dit voorjaar ben ik gescheiden. Ik vond en vind het een leuke man. Hij is alleen helemaal niet eerlijk. Hij belooft van alles maar onthoud de beloftes niet eens. Hij is een people-pleaser. Iets wat ik niet kan begrijpen. Hij heeft een goed hart maar gebruikt zijn verstand nauwelijks. Hij begrijpt dingen aan mensen intuitief en kon ze mij vriendelijk uitleggen als hij er goed over nadacht. Niet alles snap ik echt maar ik kan het volgen. Hij is extreem sociaal en toch ook een beetje asociaal. Ik vond hem geweldig. Hij kon alles wat ik zo moeilijk vond en ik kon heel veel makkelijk wat hij moeilijk vond. Een fijn evenwicht. Ook het feit dat hij door zijn werk alleen weekends thuis was vond ik fijn. De voortdurende aandacht die mensen non-verbaal nodig lijken te hebben vind ik moeilijk. Voor mij zijn dat construkties. Ik heb veel gevoel voor mensen en uit dat ook. Gewoonlijk door het te zeggen. Het is net of anderen daar doof voor zijn. Alsof ze je niet geloven omdat ik de mij nikszeggende rituelen niet uitvoer. Ook het altijd verstoren van mijn leven vind ik niet leuk. Dat kan ik niet de hele week door hebben. Toch vond hij het niet leuk dat ik er geen problemen mee had dat hij er niet was. Onlogisch. Ik vond het hem missen heel erg leuk. Het was net alsof ik elk weekend jarig was. Tijd voor mezelf, de beestjes en mijn werk en in het weekend voor hem en de vrienden en familie. Ik zou ooit weer zo'n soort relatie willen. De structuur past me goed. Alleen deze man niet. Na het trouwen veranderde hij. Hij werd een soort kruising tussen Al Bundy en Goofy. Hij dronk teveel en werd ongeinterreseerd. Hij loog veel en om rare dingen. Ik ben een stuk slimmer dan hij en had altijd wel door dat hij loog. Wat niet betekend dat je de preciese waarheid dan wel weet. Hij kon niet goed tegen mijn eerlijkheid. Eerst dacht hij van zichzelf dat hij eerlijk was. Nu weet hij beter. Hij is een stuk eerlijker dan zijn achterban. maar alleen als het hem uitkomt. Mensen begrijpen niet dat eerlijk zijn een praktisch besluit kan zijn geen moment tot moment beslissing. Als je weet dat je niet gaat liegen, dan kijk je wel uit om dingen te zeggen die je niet waar kunt maken. Het scheelt heel veel stress. Je leeft dan veel meer vanuit je eigen erkende overtuigingen. Daarom hoef je niet altijd overal antwoord op te geven. Je bent wie je bent hoeveel of weinig je daarvan ook laat zien. Het geeft een soort vrijheid. Helaas verwachtte hij van mij wel dingen die ik niet kan. Ik kan niet goed alleen naar mensen die geen vrienden of familie zijn. Ik bevries. Gaat er iemand mee dan kan ik me heel zeker voelen en vrolijk. Iedereen merkt aan me dat ik anders ben, maar plakken daar vaak allemaal een ander etiket op. Heel grappig vaak. Als je duidelijk vriendelijk, meelevend en positief bent, wat ik inmiddels ook aan de buitenkant kan laten zien als ik wil, geven ze er een leuke naam aan. Kunstenaarsziel vind ik een van de leukste. Prettig gestoord kan ook leuk zijn. Ik verberg mijn anders-zijn niet omdat ik dan door de mand val. Ik kan niet helemaal voor gewoon doorgaan dus maak ik er iets leuks van. Ik kan spelen wat ik wil zijn als ik dat nodig vind. Ik heb een aardig repetoir. Ik hoef daar niet voor te liegen of te huichelen. Mensen letten slecht op en zien maar een heel klein stukje van me. Als ik dat deel van mezelf naar iemand toedraai wat op dat moment geschikter lijkt kom ik anders over, al ben ik hetzelfde. Ik maak ook daarin aardig wat fouten, maar vind het leuk om te onderzoeken. Mensen hebben ook slechte geheugens. Ze vergeten dat soort dingen snel. Vooral als je er zelf geen punt van maakt. Ze hebben een antenne voor onzekerheid zoals roofdieren voor verzwakte dieren. Bij mensen die ik belangrijk vind wil ik mezelf kunnen zijn. Dat is helaas voor de meesten, ook familie, onbegonnen werk. Ze begrijpen me zonder dat gewoon niet. Ik had ooit een vriendin 17 jaar lang, bij wie dat niet hoefde. Echt niet hoefde. Helaas is ze in een ongeluk doodgegaan. Ze was de belangrijkste persoon ooit, voor me. Tussen mij en de familie blijft de muur van glas altijd staan. Ze zijn er en ik houd van ze, maar ze kunnen mij niet echt begrijpen. Ik accepteer nu dat ze echt van me houden al is begrip moeilijk. Ze kunnen mij niet zien. Ik weet dat ik veel van hun angsten niet helemaal kan voelen, maar hun voorstellingsvermogen lijkt vaker tekort te schieten. Ze zeggen dat ik overdrijf of dat ik dat zo niet kan voelen. Als je mij niet kan begrijpen, hoe haal je het dan in je hoofd om te denken dat jij WEET hoe ik me al dan niet KAN voelen. IK LIEG NAMELIJK NIET. ik niet. --------------------------------------- Dit is een persoonlijke Point of view: Te lezen op www.autsider.net Rechten van het geschrevene berusten bij de auteur. Het geschrevene kan vrij gebruikt worden in sociale kring zolang daar geen geld voor gevraagd of aan verdiend wordt!