Inleiding: Ik voel me geroepen om mensen die weinig of niks van Autisme afweten om daarover wat over mijn stoornis te schrijven in het spectrum van autisme. Ik ben Richard den Braber, geboren op 27 Juli 1970, en heb een vorm van PDD-NOS, dat ook in het kader is van autisme. PDD-NOS betekend diep doordringend en heeft niet echt een benaming, het zit overal tussenin, beetje Schizofrenie en vanalles nog wat, en het is een lichte contactstoornis. Ik heb er dagen over gedacht om dit manuscript te schrijven, maar ik doe het niet om zelf beter van te worden, maar vooral dat mensen meer inzicht krijgen in het kader van autisme. Er blijken ongeveer 2.500000 geregistreerde autisten te zijn in de hele wereld en zo ongeveer 2 op de 10000 inwoners die autisme hebben in Nederland en waarschijnlijk ook België. Ik wil dan ook Ervaringsdeskundige zijn op het gebied van autisme, en wil daarover in de toekomst ook lezingen over geven. In het hedendaags weet men meer over autisme dan 15 a 20 jaar geleden, maar door kennis en dat het veel op televisie komt wordt het toch wat bekender. Maar ik weet wel als je autisme hebt dan heb je toch geen gemakkelijk leven, maar ik heb mijn stoornis wel aanvaard, waar velen toch nog mee zitten te vechten. Nadelen van autisme zijn dat je je snel onbegrepen voelt en dat je vaak ook niet begrepen wordt, en dat ze denken dat je je aanstelt. Autisme is toch als je het in lichte mate hebt onzichtbaar voor de naaste omgeving. Ik val eigenlijk zo’n beetje tussen wal en schip, ik ben net iets te intelligent en soms weer wat te naïef, ik houdt er niet van als mensen me bedriegen of een loopje met me nemen. Maar daarover kom ik in het boek meer op terug. Maar het is een gevecht met je leven het autisme, en ik pak de taal ook heel vaak te letterlijk op, en vandaar dat ik in de taal, of het Nederlands is of een vreemde taal niet goed kan uitdrukken, ik kan me wel uitdrukken, maar als de tekst te complex is gaat het toch fout, wat ik ook ervaren heb met mijn vertaalwerkzaamheden in het verleden. Ik zou heel graag net als iedereen betaalt werk willen doen maar dat zit er voor mij niet in, ik moet het bij vrijwilligerswerk houden. Ik heb fijn vrijwilligerswerk, maar mijn Vader zegt dat het niks opbrengt, mijn Vader begrijpt niet dat ik er niet tegen kan als ik beneden mijn niveau op een kwekerij of in een fabriek moet werken, en met vrijwilligerswerk word ik beter begrepen, en werk naar mijn niveau en maat. Maar ik wil concreet zijn tegenover de mensen hoe mijn autisme in elkaar steekt. Het is vaak nog dat ik val en moet opstaan, met mijn ups en down, ik kan soms heel depressief zijn, en de andere dag toch weer heel goed voelen, of pas na enkele dagen. Een relatie is voor mij ook niet weggelegd, maar daar heb ik me bij neergelegd. Voor de rest zegt de begeleiding tegen me dat ik het heel goed doe. Ik maak er het beste van. Ik wens u veel leesplezier en dat u er veel van opsteekt. Hoofstuk 1. Mijn Baby en kleuterjaren: Zoals ik verteld heb ben ik op een warme Maandag 27 Juli 1970 geboren, dit wat ik nu vertel dat heeft mijn Moeder me allemaal vertelt dus dat kon ik zelf niet weten. Mijn Vader en Moeder hadden elkaar in Valkenburg, Zuid Limburg leren kennen, en na een poosje toen kwam mijn Vader bij mijn Moeder in het ouderlijk huis te wonen. Mijn Vader had dankzei mijn Opa van Moederskant een huis gekocht dicht bij het centrum van Asten, het huis moest nog opgeknapt worden, maar mijn Vader werkte ook in Duitsland, waar hij de hele week in Frankfurt am Main verbleef, en daar onder het vliegtuig de verwarmingsbuizen aan het lassen was onder het vliegveld van Frankfurt. Mijn Vader kwam uit een telg van 10 kinderen uit Rotterdam-Noord, waar ze woonden in een klein huisje, maar mijn Vaders Moeder stierf in 1961, toen mijn vader 17 jaar oud was, en toen was mijn Opa van Vaderskant mijn een andere vrouw getrouwd, de stiefmoeder van mijn Vader, maar mijn Vader en de rest waren in het huis van mijn Stiefoma en Opa niet meer welkom en mijn Vader moest zelfs in zijn eigen auto voor hun deur blijven slapen. Dus mijn Opa en Oma zeiden tegen mijn vader dat hij bij mijn Grootouders van Moederskant welkom was, mijn Vader had altijd zijn vriend bij zich, en dat waren Friezen van oorsprong. Mijn Vader was en is een stille man, maar heeft een goed hart. Wat ik nu vertel is hoe het tussen mijn vader en Moeder is gegaan, maar ik weet wel dat ik ergens bij vrienden van mijn vader in een huis in Rotterdam verwekt was, mijn ouders waren daar heel open over, en moesten er ook mee lachen. Ik bleek toch een ongelukje te zijn maar toch gewenst, maar de dagen rond 27 Juli 1970 waren zenuwslopend voor mijn Moeder en Grootouders van Moederskant. Het was in het huis waren mijn opa en Oma woonden aan de rand van Asten, mijn Moeder had weeën, maar de vervangende arts die wachtte te lang af, de dokter wilde steeds niet komen, het was Zondagavond en mijn Vader meende naar Duitsland te vertrekken, maar bleef toch thuis, omdat het bijna zo ver was. Mijn Moeder had van Zondagavond tot Maandagmorgen de weeën, en toen na bellen en aandringen toch de dokter kwam, schelde de Dokter mijn Oma uit van: Had je dat niet gezien, een levensgevaarlijke situatie, mijn Oma werd kwaad en zei: Jij boerenlul, je had moeten komen en je kwam niet, jij bent de dokter en niet ik. Mijn Moeder had een beetje ontlasting van mij liggen op het bed, maar toen werden mijn Moeder en ik met de ziekenwagen naar het Ziekenhuis naar Deurne gebracht, naar het Willibrodusziekenhuis, dat nog een vrij nieuw ziekenhuis was in die tijd. En toen bleek dat ik verkeerd om zat, en heb waarschijnlijk toch zuurstofgebrek gehad, ik werd om 8 uur ‘s morgens geboren, en mij Opa zei: Ik wist wel dat het een prinsje zou zijn. Maar mijn Vader vond het geen leuk gezicht de bevalling maar is er wel bij geweest. Maar ik bleek verkeerd om gegroeid te zijn in de baarmoeder, maar mijn Moeder en ik leefden gelukkig nog, want mijn Opa had van zijn Moeder onthouden dat hij het beste zijn kinderen in het ziekenhuis kon laten bevallen, omdat een zus van mijn Opa ook door bevallingsproblemen overleden was, omdat geboorte zeer risicovol is. Maar met de keizersnede had mijn Moeder ondanks de verdoving toch last van het dichtnaaien, het was een moeilijke geboorte. Maar als baby was ik toch een normaal kindje, dat toch nog op dat moment geen autistische trekken had, ik lachte gewoon, en ik hield ervan op geknuffeld te worden. Helaas ken ik me niks meer van die momenten herinneren. Maar mijn Moeder was een jonge vrouw van 19 jaar toen ze Moeder van me werd en mijn Vader 26 jaar jong. En toen woonde ik lekker met mijn Ouders bij mijn Grootouders van Moederskant, en dat was toch wel een geweldige tijd, mijn Moeder vertelde ook dat ik aan een klein zwart hondje van mijn tante genaamd Pukkie, koekjes gaf, en dat ik dan zo lachte. Mijn Oma paste vaak op mij als mijn Ouders op tap wilden of op familiebezoek naar Rotterdam, maar ik beneen keer met 6 weken oud mee geweest naar Rotterdam, en heb een boek van me gezien dat er veel kaartjes aan mijn gestuurd waren met de felicitaties van mijn geboorte. Ik bleek op mijn tweede jaar al een beetje mensenschuw te zijn, maar mijn Moeder zag dat mijn ontwikkelingen van lopen en praten aan de erg laten kant was, en dacht toch gauw genoeg aan autisme. Ik wou altijd bij Oma en Moeders zijn, en Opa had ik ook een goede band mee, maar mijn Vader leerde ik pas rond mijn 4e jaar goed kennen, en toen dacht ik dat hij een vreemde man was, omdat hij altijd in Duitsland zat. Ik had ook een obsessie voor de televisiemasten, en bij mijn Grootouders stond een mooie op het huis. En ik vond het in mij latere jaren nog mooi. Maar ik ben jaren later achtergekomen dat het door mijn autisme kwam. Het was bij mijn grootouders vredig, ik weet nog van berkenbomen langs de garage en een berkenboom in de tuin, en daar had mijn Opa zijn duivenhokken staan. Het was altijd in de zomer lekker weer, en lekker warm. In 1972 zijn we verhuist met mijn ouders naar een woning bij het centrum waar mijn ouders nu nog wonen, ook als er neefjes van mij uit Rotterdam kwamen bleef ik altijd alleen spelen, en toen dacht mijn Moeder dat ik autisme had. Maar mijn kinderarts wou er niks van weten liet weten dat ik kerngezond was, en zei als argument dat zijn vrouw ik laat deed praten en dat zij toch arts is geworden. Ik hield ook mijn ontlasting op, en door de zetpillen die mijn Moeder van de dokter kreeg kon ik toch mijn behoefte doen, maar het huis was al flink gebouwd van mijn ouders, maar mijn Vader heeft er jaren gewerkt om het af te krijgen tot in de jaren ’80 toe. Ik had in die tijd last van Bronchitis, en ik weet nog dat ik dat drankje lekker vond van de dokter en dat ik het uit de koelkast pakte, en dat het flesje kapot viel, en mijn Moeder had nog geen telefoon en moest ergens bellen dat er oppas voor mij geregeld werd, en bij de dokter kreeg mijn Moeder onterecht een uitbrander, maar toen mijn Bronchitis niet weg ging werden mijn amandelen geknipt in het Ziekenhuis van Deurne, waar ik 1 nacht moest blijven. Dat was nog in die tijd, en ik ken me herinneren dat ik dat niet leuk vond, maar het moest gebeuren, en ik ken me nog herinneren dat ik een wit/groen handdoekje bij me had, en vanwege die hygiëne pakten ze me dat af, en dat vond ik zo erg, maar heb het bij ontslag weer teruggehad, maar met de operatie zat ik in een ruimte na de spuit om rustig van te worden, dat ik in een ruimte zat, en dat dokters met jaren zeventigbrillen me een kapje op de mond deden met zoetruikende gas, waarschijnlijk lachgas en narcose, en toen ik geopereerd was en oranje ranja kreeg moest ik veel overgeven, toen was ik 4, maar toen mijn Oma en Moeder de volgende dag kwamen ophalen was ik kwaad dat ze me in de steek gelaten hadden, maar toen was het niet net als nu dat de ouders bij hun kinderen konden blijven, de tijden zijn verbeterd. Maar ik moest ijs eten en dat deed te pijn, maar het is gelukkig toch genezen, ondanks dat ik bijna niks at. Ook de eerste dat op de Maria Thersiakleuterschool ken ik me herinneren als de dag van gisteren, mijn Moeder wilde me ergens mee naar toe nemen, en ik vertrouwde het niet, toen was ik al heel erg intuïtief, en toen mijn Moeder daar achterliet was ik verdrietig, maar het wende wel, wel weet ik dat ik niet naar het toilet durfde en in mijn broek geplast had. En dat een meisje naar me zat te lachen. Ik was het mikpunt voor pesterijen, en heb zonder aanleiding ook zomaar een meisje geslagen, waar ik een uitbrander van de kleuterjuf kreeg. En een jongen heeft me zomaar een keer van een muurtje geduwd terwijl ik erop zat, dus de kinderen waren gemeen. Vanwege mijn ontwikkelingachterstand werd ik op een LOM-kleuterschool in Helmond geplaatst, waar ik met een busje elke dag opgehaald en teruggebracht werd. Maar daar in Helmond werd ik meer begrepen en kreeg goede begeleiding. Ik weet nog dat de Juffrouw van mijn vorige kleuterschool Anne Mie heette, maar deze heette Juffrouw Bep, en heeft me aan het praten gekregen, door te zeggen dat ik dakdekker zou worden, of Professor zoiets dergelijks, en ik kreeg tussen de middag melk, met zelf meegebrachte boterhammen. Ik had ook een Vriendinnetje en heette Monique, en ze kwam uit een klein gehuchtje van Asten, genaamd Heusden. Ik ben een keer bij haar thuis geweest, en daar hadden we lekkere pudding, en ze is een keer op mijn verjaardag geweest, toen ik 7 jaar oud werd. Ze was echt een maatje van me, maar helaas is dat contact verwaterd. Ik deed graag met blokken spelen, en iets inelkaar zetten van dingen die inelkaar pasten. Ik weet nog toen ik 7 werd dat het slecht weer was, en de hele dag regenden. En ook van die Supermarkt bij ons op de hoek met die ouderwetse kassa die alleen cijfers aangaven, en nog niet elektrisch waren. Ik ging vaak met mijn Moeder mee boodschappen doen, en het winkeltje heette de Spar die je in die tijd veel had, maar mijn Moeder was steun en toeverlaat. Ook werd ik een keer door een hond bij de slager gebeten die aan een kraantje vastgebonden zat, en ik schrok en huilden, en toen zei mijn Moeder, niet zomaar vreemde honden aaien. En toen gingen we met mijn Grootouders op vakantie in Duitsland in Monschau, en dat was wel leuk, en ik lag in mijn bed met mijn ouders, en de nacht was zo voorbij. In de ochtend van die Duitse vrouw lekker gekookte eitjes, en we hadden mooie landschappen gezien, en zijn daar naar een kermis geweest, waar ik een kleine wereldbol gewonnen had. Hoofstuk 2. Mijn lagere schooltijd: Na een rondleiding ging ik zo rond 1977 na de eerste klas van de lagere school, maar het was speciaal onderwijs, en dan tussen moeilijk lerende kinderen, terwijl ik goed kon leren in latere jaren, maar goed ik weet nog wel dat ik verliefd was op het Hoofd van die school, en die was ook een man net als ik, maar dat was niet serieus, gewoon kinderverliefdheid. Ik kwam in een klein groepje met ongeveer 17 kinderen, en we kregen les in het schrijven en rekenen, alhoewel van rekenen snapte ik niet veel van, maar dat is na die jaren beter geworden. Het was toch wel een fijne tijd, in de weekenden mocht ik vaak bij mijn Grootouders van Moeders kant logeren, terwijl ik me ook nog kan herinneren dat ik op mijn 7e tot 12 uur opgebleven ben, maar van het vuurwerk weet ik niet veel meer van, maar ik was toen oud en nieuw aan het vieren bij mijn Grootouders. Ik ging ook weleens knikkeren onder de schouw terwijl mijn Opa televisie zat te kijken. Ook was mijn Opa een keer uitgevallen, daarna nooit meer, omdat ik terwijl mijn moeder en Oma aan het praten was, dat ik er steeds tussen zat, en ik was geschrokken, en toen zei ik: Daar gaat die klootvink met zijn goede been, (Opa had een kunstbeen) maar ik had het zo niet bedoeld, want zelfs mijn Opa moest er mee lachen, dat ik enkele uitdrukkingen van mijn Vader overgenomen had. Mijn Moeder en Oma en ook Opa waren hartstikke lief voor mij, en ik heb ook van Sinterklaas, daar geloofde ik toen nog in een mooie racebaan gehad, wat een luxe was voor die tijd, maar ik was er erg blij mee. Ook kennissen van mijn Vader en Moeder hebben 3 maanden bij mijn Ouders in huis gewoond, met een zwarte hond genaamd Bobby. Ik vond het wel gezellig een hond in huis, want mijn Moeder wilde geen huisdieren. Maar ik ben in December 1977, toen ik iemand mijn kamer wilde laten zien, door het glas gelopen van de tussendeur en was helemaal in paniek. Mijn Moeder reed toen naar de dokter met mij, en ik zei tegen de dokter dat ik geen goede remmen had, en de dokter moest lachen, en toen met een pleister en spray werd het litteken van mijn hand gehecht, dat was de schrik van mijn leven. Maar op school ging het ook redelijk. Mijn Oom en een Tante waren ook in 1977 getrouwd, het waren gezellige bruiloften. Maar ik ging omdat ik nog klein was bij kennissen slapen, dus konden mijn Grootouders en Ouders toch nog doorvieren, de tweede klas was echt een hel voor me toen ik over ging, we kregen een Zuster, en die was niet bepaald geduldig, je moest bij haar vlug van begrip zijn, anders kon ze zo boos worden, ik weet nog dat we een keer zangles hadden van de zuster, en de zuster speelde mee op het kleine orgeltje, en ik was te verlegen om te zingen, en zong ik vals, daar over de dakken, inplaats van daarover de daken, ja..dat was een grote blunder die ik gemaakt had, en in de tweede klaas leerde ik ook pas echt goed rekenen, en netjes schrijven. Ik moest een keer mijn werk bij de zuster aan het lessenaartje laten nakijken, en toen zei ze, omdat ik mijn wangen opbolde met lucht, doe eens gewoon, en ik kreeg een kleur, ik was een beetje bang voor die zuster. Maar ze was modern voor die tijd, ze had geen sluier om. Ze zei ook een keer rond kerstmis, toen we naar een stukje van de ouderen kinderen keken van Jozef en Maria, ik ben de herder en jullie zijn mijn schaapjes, en dat vond ik wel mooi gezegd van haar, en dat jaar erop ging ze ook weg, het was al een oude zuster. Thuis waren mijn ouders jaren, mijn Vader is 22 Januari jarig en mijn Moeder 24 Januari, toen hadden we een tap van mijn Vaders werk, en toen mocht ik bier tappen en dat vond ik wel leuk werk, mijn Vader moest vaak naar het buitenland, maar werkte niet meer vast in Duitsland. Thuis probeerde ik ook wat sommen te maken in boekjes die mijn Moeder voor me meebracht omdat ik het goed wilde leren, en mijn Moeder bracht ook altijd Kuifjesboeken voor me mee, ik was enigkind en zou dat altijd blijven, vandaar dat ik door mijn Ouders verwent werd. Mijn Vader zei ook tegen mijn Moeder, zo heb ik het later vernomen, omdat ik toch een probleemkind was, dat ik beter geen broers of zusjes kon hebben. Maar mijn jeugd was nu tot 1982 zorgeloos, omdat het Speciaal Onderwijs niet meer klasjes had, bleef ik in de zelfde klas met een jaar hoger niveau, en kreeg toen in 1979 les van Juffrouw Willemien, waar ik tenslotte ik verliefd op was, maar niet echt een verliefd maar meer een obsessie, ik deed altijd over haar zwarte haren aaien, die lekker roken, en ze had een mooie bril op, maar wel kort haar. Ik vond het fijn in de klas, maar was niet altijd een lieverdje, ik voelde me te erg bij aar op mij gemak, ik heb me ook een keer in de voorraadkast verstopt onder een deken in de pauze, en toen kwam het Hoofd van de School, en die had me strafwerk gegeven, en ik kreeg me een rode kop. Ik moest ook weleens las het Hoofd les gaf bij hem in de klas, om geen streken meer uit te halen, een keer was Juffrouw Willemien jarig en trakteerden ze op lollies, en ik zat vlakbij de lollies en ik had een lolly weggehaald, en ze zei dat tegen een Meester Huijs, een strenge Meester die een klas verder zat, de 4de klas, maar hij trok zich niks van aan. Er waren wel eens die bij Meester Huijs strafwerk moesten maken van Juffrouw Willemien, maar ik hoefde dat niet, ik was gelukkig net niet stout genoeg. Het was een rumoerig jaar, Hans een jongen van de klas rende gillend de gang op, die was echt ondeugend, maar ik heb het schooljaar toch weer overleefd. In de vierde klas 1980/ 1981 kregen we Meester Huijs, en dat was geen leuke Meester. Hij was erg streng, en gaf gauw strafwerk, maar ik heb gelukkig maar weinig strafwerk van hem gehad, en dat was op de speelplaats toen ik bij Juffrouw Willemien de Mandarijnschillen in haar Capuchon deed, toen hadden ze een leerzame film en moest ik terwijl de rest naar de film was alleen strafwerk maken, terwijl ik ook enkele woorden oversloeg omdat de Meester toch het strafwerk niet nakeek dat wist ik. Moest ik geloof ik 10 blz. van een verhaal overschrijven, en ik zat stiekem in een geschiedenisboek te kijken over Griekse vazen, dat was boeiend, ik vond strafwerk wel leuk. Ik had voor mijn Verjaardag in de vakantie voor dat ik bij Meester Huijs in de klas ging, ook een parkiet gekregen een mooie blauwe van mijn Oudoom. En ik kreeg nog een gele Lutinoparkiet erbij, een Lutino is een gele Albino. Maar ik wilde mijn vogels africhten en ging er een beetje te ruw mee om en was ongeduldig, en daar heb ik nu nog spijt van, en ik las veel Suskes en Wiskes, die bracht mijn Moeder ook voor mij mee. Maar ik vond de Geschiedenislessen bij Meester Huijs wel intereressant, ik kon Geschiedenis goed, maar ik leerde thuis in de boeken nog meer dan op school, en werd ten onrechte Studiepik en Professor genoemd. En als de Meester de voorraadklas inging deed de jongens een Middelvinger opsteken of scheetgeluiden na, en dan had ik plezier. Ik mocht ook omdat mijn rekenen best goed was enkele uren naar de Vijfde klas voor het rekenen omdat ik zo ver was. Bij Juffrouw Coolen, die ook een gele kanarie in de klas had, ik schreef een keer in de vijfde klas een wiskundige formule op die ik ergens gelezen had, en de Juffrouw zei toen: Een kleuter leer je toch ook niet rekenen en schrijven, ik vond het een rare vergelijking, maar toen bleek dat ik al ver was, maar ik moest toen in het ziekenhuis ook allerlei Psychologische testen maken, en de Psycholoog kon geen hoogte krijgen omdat ik zo intelligent was, omdat ik vanalles over een diamant was, dat die uit koolstof bestond, en toen mijn Moeder zei wanneer het afgelopen was, omdat het te lang duurde, toen was het ook zo afgelopen, dat was in 1982, in 1982 kreeg ik ook onderzoeken voor een week in het Lambertusziekenhuis van Helmond, en die ruggenprik was erg pijnlijk, het trok aan mijn been, ik voelde van tevoren dat het geen succes werd, en het werd ook geen succes, dus mijn intuïtie was al goed ontwikkeld. Ik speelde ook niet maar las altijd boeken en vooral de wetenschappelijke, maar ik was in het ziekenhuis erg verlegen en durfde bijna niet te praten, maar de Hoofdzuster van Sas was een kreng, ze was erg streng, en er waren een hoop verbouwingen in het ziekenhuis. Mijn Tante een oudste zus van mijn Vader zei dat ik over het ziekenhuis niet over moest piekeren maar dat deed ik wel, omdat ik voelde dat het geen succes werd, en de vingerprik was ook erg pijnlijk. In Eindhoven Ziekenhuis hebben ze een hersenscan gemaakt, en ik ging er met een taxi naar toe, en bleek dat ik een kleine Cortex (hersenstam) had, en dat was het enigste wat ze ontdekt hadden, maar ik vond het in het ziekenhuis niet leuk, maar de laatste dat zijn mijn Grootouders bij me gebleven, en toen ik van de hoofdzuster toch mijn pudding moest eten, en dat niet wilde heet mijn Opa de hoofdzuster een uitbrander gegeven en dat vond ik net goed, mijn Opa was toen heel solidair met mij, maar toen mocht ik toen ik met de rolstoel naar de auto gebracht werd met mijn Vaders auto mee naar Asten en was blij om mij parkieten eer te zien, maar ik moest 24 uur platliggen en dat ging net niet, terwijl die leerling-arts dat niet goed gedaan had, daarom trok het zo onder in mijn been met die ruggenprik, en toen mocht ik bij mijn Grootouders logeren, en heb toen naast mijn Opa geslapen, maar ik huilde van de pijn aan mijn rug en been, en de volgende dag is de huisarts langs gekomen toen ik bij mijn ouders was, en die heeft me pijnstillers gegeven, en toen was het na enkele dagen weg, en toen ging ik naar de verjaardag van Oma, en dat was heel gezellig, mijn Achternichtje was er ook, en kon niet begrijpen dat ik niet meer met auto’s speelde, maar altijd flink in de boeken zat, maar mij achternichtje was bijna anderhalf jaar jonger dan ik. Het was heel gezellig, en ben de hele dag bij Oma geweest. Ik zat toen in de 6e klas bij Meester Teeuwen en dat was een oudere man die geboren was in 1924, en kon ook interessant over de oorlog vertellen. Hij had een groene kanarie in de klas en liet die vaak los. We leerden een hoop bij hem, en we hadden ook weleens excursies. Hij was een van de aardigste Meesters die ik ooit gehad heb, en ook met handenarbeid maakten we mooie dingen van hout, terwijl dat in de lagere klas hangertjes waren en dergelijke. Gymnastiek was aan me nooit besteed, en de spelletjes waren me te ruw, en ik kreeg nooit goed punt voor gymnastiek, we kregen van die balspelen dat pijn deed aan mijn geslachtsdelen, en omdat ik zo slim was, was ik altijd de klos. Ik heb ook een test moeten maken voor een Middelbare school in Helmond, die op Mavo-niveau was, maar wel met meer begeleiding. Vriendjes bij mij thuis over de vloer was ook sporadisch, echt vrienden had ik geen, en als ze kwamen, was het alleen maar omdat ik zo slim was, of om iets te krijgen. Maar mensen waarmee ik in het Speciaal Onderwijs gezeten hebben kijken me tot op den dag van vandaag me niet meer aan. Ze praten wat met me, horen me uit als ik ze in een kroeg zie, en dan negeren ze me straal. Bij vriendjes thuis over de vloer had ik helemaal geen zin in, want bij een jongen was de Moeder een beetje vreemd, en die deed altijd boos, niet tegen mij, maar ik voelde me er nooit op mijn gemak, maar had wel goed contact gehad met een buurmeisje, maar was wel op de ene en de andere dag over. Hoofdstuk 3. De tijd op Herlaarhof: Maar dat ging niet door, omdat ik in Augustus 1983 op Herlaarhof in Vught zou worden opgenomen. Maar ik moest op een dag ook naar de beroemde Kinderpsychiater Wolters toe, en toen hebben mijn Ouders besloten dat ze me op Herlaarhof de beste hulp kon geven, omdat ik in die tijd erg bang was voor de koude oorlog, en bijna de straat niet opdurfde. Ik hield van boeken, maar durfde nooit alleen naar de boekenwinkel, terwijl het een straat van mijn ouders af was, die boekenzaak is er nog steeds, maar wel verbouwd en veranderd. Ik heb ook gehuild toen ik naar Herlaarhof moest. Ik was toen net 1 week 13 jaar en toen moest ik op 4 Augustus naar Herlaarhof toe, en dat was de Jeugdpsychiatrie, en vlakbij was Voorburg met echt zwaar geestelijk gestoorde mensen, ik heb daar zelfs oudere mensen met poppenwagens gezien, en dat was vreemd om dat te zien op mijn leeftijd, maar Herlaarhof was voor mij een harde leerschool, maar kwam er wel van mijn straatvrees af, en ik had vaak ruzie met jongere jongens en jongens van mijn leeftijd, maar ik won altijd, en ik kreeg op Herlaarhof in het PMT-gebouw van een zekere leraar Fons Judolessen, die ik met succes heb kunnen toepassen in bedreigende sferen, toen wilde mijn leeftijdgenoot mij aanvallen omdat hij kritiek op Fons had, en toen gooide ik hem met zijn voeten tegen het schoolbord aan van onze afdeling, toen hij mij aanviel. Dus hij geloofde het wel wat ik geleerd had van Fons. Ik begon me in deze tijd toch een beetje voor meisjes te interesseren, maar dat vlotte niet goed, ik vond Wendy leuk maar zij vond mij niet leuk, ik heb wel verkering gehad met een twee jaar oudere meisje, maar dat was in twee maanden uit, omdat ik het uitgemaakt had, omdat zei te weinig aandacht aan me besteedde, en meer op de gang van het gebouw keihard: Dank je wel God riep. We hebben niet meer gedaan als geknuffeld, en kusjes op de wang gegeven. Ik hield toen ook een dagboek bij, en die heb ik nog steeds bewaard, mijn begeleider zei toen: de meeste mensen die weg zijn van Herlaarhof willen er niet mee aan herinnerd worden, maar voor mij lag dit anders, maar het was geen leuke tijd op Herlaarhof. Ook de Interne school zat ik tussen te jonge kinderen, en de leerstof was te gemakkelijk voor mij en boeide mij niet, maar ik keek als er vrije tijd was, en we mochten in de klas dan iets voor ons zelf doen, dan las ik graag in oude geschiedenisboeken, en had toen ook een beetje een obsessie gek genoeg voor terechtstellingen, ook als ik van de afdeling een boek van de Bieb mocht lenen was het altijd geschiedenis. Ik spaar ook al sinds 1982 postzegels, en dat vind ik ook leuk, en daar was ik op Herlaarhof ook mee bezig, maar deed dat liever als ik een weekendje bij mijn Ouders was. Ik mocht van 1983 tot Januari om de twee weken naar huis, en om de week kwamen mijn Ouders of Grootouders bij mij op bezoek. Maar ik moest altijd huilen als ik weer terug kwam van weekend, en wilde liever bij mijn Moeder zijn en mijn Grootouders. Daarna mocht ik elke weekend naar huis en dat was feest, ze hebben toen ik besloten dat ik in de kas ging werken van Voorburg, omdat het op de interne school niet meer ging, en omdat ik leerplichtig was mocht ik toch nog een vreemde taal leren, ik mocht kiezen tussen Frans, Engels of Duits en heb voor Engels gekozen, omdat mijn Ouders Engelse kennissen hadden en nog steeds hebben. De leiding was ook streng op Herlaarhof en voor de minste vergrijpen zoals bij andere afdelingen in de zandbak plassen, dat waren dagopnames, kinderen die in de avonduren naar huis gingen, toen had ik in de zandbak geplast met andere jongens, en we moesten voor straf de badkamer en de Graffiti van de kasten afschrobben, en dat was rotwerk. Dat was in Mei 1984, dat weet ik nog, het was op een Zaterdag. De weekenden op Herlaarhof vond ik niks, en het eten was er ook slecht, gestoomd eten dat smaakte niet, maar een keer in de week mochten we opschrijven wat we niet lusten en dat aten we ook niet, maar we waren verplicht om in de ochtend een boterham met vlees of kaas te eten, en kaas dat lustte ik niet, alleen gesmolten kaas, en vlees was vaak rauwe bloedworst dat was helemaal niet te pruimen, we hadden nooit lekker vlees, en kwam van de keuken van Voorburg. Ik had mijn fiets ook op Herlaarhof en een keer op het terrein mijn band kapot gereden, en toen moest er een nieuwe band op. Maar toen wisten ze niks van Autisme af, maar een begeleidster had wel tegen me gezegd als ik zo doorging dan zou ik in het gesticht van Voorburg komen. Waarom ze dat zei weet ik nog niet. Het was een vreemde tijd. Ik had voordat ik in de kas van Voorburg werkte ook vaak ruzie met de juffrouwen, en had een keer een juffrouw en meester op de grond gegooid, en ik werd bestempeld als agressief, maar was opstandig, omdat ik toen leerde voor mezelf op te komen. Ik heb twee kamergenoten gehad op een afdeling, een jongen uit Weert die in Zuid Limburg geboren was en een andere jongen uit Den Bosch, maar die jongen uit Den Bosch was echt een fantast, hij zei zelf dat hij een Vader was, en ik geloofde hem, maar achteraf was hij daar op zij dertiende nog te jong voor. Met een rekenmachine waar een blok op zat, fantaseerde hij dat hij Video’s mee kon toveren, omdat ik er graag een wilde hebben, en dan zei hij: Die spullen waren er, maar jij lag te slapen. Ik weet niet wat die jongen mankeerde, maar het was een grote fantast, en na enkele jaren toen ik weg was van Herlaarhof was ons contact ook verwaterd. Mijn grote dag was op 25 Mei 1985, toen ik bijna 15 jaar was, toen hebben mijn Ouders me gewoon van Herlaarhof weggehaald, omdat ik daar niks leerde, en omdat ik tussen zwaar gestoorde mensen in een kas moest werken, ik had keuzen in twee dingen, of in de kas of in een houtfabriek. En zou bouwde ik ook interesse in planten, en toen moest ik even terug naar de 6e klas van het Speciaal onderwijs, totdat ik naar de Lagere Agrarische school kon. Maar die was ook best wel gemakkelijk, en ik haalde goede punten, alleen met een Surinamer had ik bijna ruzie mee, maar de Juffrouw van de handenarbeid kon het net voorkomen, als hij me geslagen had, had ik hem flink gepakt. Hij wist niet dat ik Judo kon, en maar goed ook, maar de school opzich was te gemakkelijk voor mij, maar ik heb toch twee diploma’s van die school op b niveau, en het andere jaar ook aantal met C-niveau erbij. Ik had graag Scheikunde in mijn pakket gehad, omdat ik me in de vroege jaren ook voor interesseerde, maar ik had Bodemkunde, en dat leek er een beetje op. Als de jongens me plaagde, plaagde ik ze terug, ik kon dankzei Herlaarhof goed van me afbijten. Op de LAS ben ik geweest van 1985 tot 1988, het was niet altijd even gemakkelijk, maar ik had geen relatie gehad op de LAS, ik viel altijd bijna flauw van de paar mooiste meisjes van de school, maar ik heb het overleefd. Ik ben van school uit twee keer op de Volkshogeschool geweest van een week in Berg en Dal en dat beviel me goed, en dan over thema’s praten als Alcohol, Drugs en Seksualiteit. Hoofdstuk 4. Mijn vervolg van Studietijd en werk: Ik heb ook stages gedaan op de LAS, op de Plantsoenendienst van de gemeente was het fijnste, en had ik flexibele werktijden, maar bij een Champignonnenkweker dat ging niet goed, maar ik durfde me toch niet te verweren, omdat ik bang was een slecht punt te krijgen, het was dat hij groene kisten moest hebben en geen blauwe, maar ik moest zoeken, maar die boer was vervelend, ik moest ook zijn koeien in de winter water geven, en dat als ik wat knoeide van het water vriesde dat gelijk vast. Maar met Sinterklaas kreeg ik van die mensen wel een chocoladeletter en dat was toch aardig. Ik heb bij een bollenteler gewerkt, dat ging wel goed, maar eentonig werk, en als ik daar in de loods moest vegen, kreeg ik last van mijn longen. Bij twee tomatenboers heb ik gewerkt en op een Tuincentrum. Op die Tuincentrum zag ik ook een meisje die daar werkte van mijn school, die moest daar ook stagelopen, en daar was ik toch een beetje gek op. Dat ik met de suiker morste als ik dat in mijn koffie deed. Ook bij een Tomatenboer hoorde ik via mijn familie dat ik te traag werkte, en dat is waarschijnlijk toch door mijn autisme, en mijn perfectionisme. Ik ging van de LAS af, en heb me bij een Arbeidsbureau ingeschreven, en heb een baan in de kas bij de tomaten afgewezen. Mijn Vader heeft toch kunnen regelen via via dat ik bij een Tuincentrum in Asten kon werken, 10 minuten fietsten bij mij vandaan. Maar die bedrijfsleider daar had ik het niet op omdat hij zelf een bedrijf had, en ons geen koffie gaf en ons in de stromende regen liet ploeteren. Maar hij bleek toch aardig te zijn. Bij Flora-zuid ging het ook niet van een leien dakje, ik had vaak ruzie met een collega omdat hij me commandeerde, en daarom nam mijn vriend, die daar ook werkte mij vaak mee om vijvers en tuinen aan te leggen, en we hadden vaak lol. Veel collega begrepen me niet, maar in deze jaren, wanneer ik ook een paar Universitaire studies doe, begint mijn Burn-out en Psychosetijd. Maar dat was toen ik geen werk meer had en bij een Sociale werkplaats ging werken, ik had een mooie tijd bij Flora Zuid, tot klanten rondleiden en onderhoud toe, maar ze kregen geen subsidie meer voor mij en toen was de kous af. Mijn Opa moest die ouwe van het Tuincentrum ook niet, en ging daar nooit boodschappen doen, maar ik hielp Opa vaak mee met het schoonmaken van duivenhokken, ook toen hij een keer in het ziekenhuis lag, en dan mocht ik ook de duiven voeren. Ik deed in die tijd ook een zelfstudie Engels en Frans, en dat ging goed, en heb Engels nog op het MBO gedaan, maar kreeg geen certificaat, omdat de leraar ziek was, dat was wel jammer. Die kreeg suikerziekte of zoiets, en bij de Sociale werkplaats heb ik schuttingen in elkaar moeten zetten, waar ik niks van maakte, en vond het niks en werd er depressief van. Toen kwam ik bij de plantsoenendienst, waar ik toen 1996 gewerkt heb, maar altijd naar de vrouwen keek, en daarom ook niet meer terug kon naar de Plantsoenendienst. Ik was in 1993, eigenlijk in 1991 al, met een studie Russisch begonnen, en in 1993 deed ik ook brieven schrijven voor Amnestie International, EHBO, wat ook niet goed ging omdat ik een Burn-out had, en een boek schrijven over mijn reis naar Nieuw Zeeland waar ik ook geweest was, en mijn Om had in dat jaar een hartaanval, en van die zware lasten heb ik waarschijnlijk een Burn-out gehad. Ik ben in 1994 en 1996 op Studiereis naar Rusland geweest, waar ik door mijn Autisme ook niet begrepen werd. Ik heb van mijn werk al die studies kunnen betalen en vanalles bijgeleerd, ook Informatica en ook papieren voor gehaald. Ik werkte in 1996 op de Kwekerij in Deurne met valse beloftes dat ik Administratief werk kon gaan doen, maar daar kwam niks van in. En met mijn IQ-test zat ik ook boven het gemiddelde, ik heb nooit de exacte uitslag gehad, maar ik denk dat het rond de 120 was, of tussen de 110-120. Hoofdstuk 5. Mijn catastrofale studiereis naar Rusland: Ik heb in 1994 een studiereis naar Moskou gemaakt, waar ik op een grote Talenuniversiteit zat, ik was er een keer verdwaald, mijn Hospita was een gescheiden vrouw met een kind van 10 jaar en niet echt aardig. Ik moest mijn schoenen uit doen binnen omdat dat in Rusland de gewoonte was, maar pantoffels mocht wel, maar toen ik dat niet wist kreeg ik een uitbrander. En ik kreeg een uitbrander omdat ik roerei gemaakt had voor mezelf, terwijl ik door de pan met een vork roerde en toen was de emaillen van de pan beschadigd, ze maakte er een hoop heisa van, maar ik heb haar geld gegeven voor een nieuwe. Het was een vreemde tante die Tatjana, plus dat ik geobsedeerd was op mijn medestudente, die verder was in het Russisch dan ik. Ze was 4 jaar jonger dan ik en was mooi en had een vriend, en ze kwam van Parijs. Importbier uit België en Oostenrijk was erg duur, zo,n 5 Euro per glas, maar dat smaakte goed, en ik maakte een keer huiswerk met wodka op, en dan moest mijn Docente toch wel lachen. Maar 1994 was een mooie tijd, maar ik wil er over hebben over mijn studiereis van 1996, 1996 was echt een rampjaar voor mij, en omdat ik de druk in de plantsoenendienst niet afkon, heb ik geprobeerd mijn pols door te snijden, maar gelukkig is er niks gebeurd, maar mijn werkleider schrok wel toen ik dit vertelde. Ik deed onderhoud op het sportpark, en dat vond ik ook niet altijd even leuk, maar daar had ik een betere tijd en vaak lekkere koffie voor niks. Die konden we zelf in het keukentje zetten, en in de pauzes zat ik flink met mijn Russisch te blokken. Ik kon uren studeren thuis, en mijn Moeder moest me gewoon smeken of ik een keer wilde rusten, omdat ik te lang door studeerde. Maar ik had mijn ambities om tolk of vertaler te worden, en ik zat maar naar de meisjes te kijken als ze aan het sporten waren, en daar heb ik toch een keer wat over te horen gekregen van de werkbegeleiding. Toen kwam ik in 1996 op de kwekerij in Deurne terecht wat ver fietsen was vanuit Asten waar ik ook geen voldoening uit zocht. Wat ik al eerder schreef, het was een valse belofte. Toen in Augustus 1996 ging ik op studiereis, en door de douane ging vlotter in Rusland als 2 jaar daarvoor, maar wel papieren invullen hoeveel geld je in of uitvoerde. Ik zat met mijn medestudent die ik ook met zijn huiswerk hielp samen in een appartement hoog in de flat, maar ik werd door die mensen of door de Hospita van het appartement voor vreemd en Pedofiel uitgemaakt, en toen moest ik huilen, terwijl ik niks met Katja deed, Katja was 10 jaar oud en erg verlegen, maar mijn medestudent kon zo opmaken dat ik Autistisch was, dat ik officieel in 1995 van het RIAGG gekregen heb. En ik kreeg vaak ruzie met Jasper zo heette die medestudent, hij vroeg een keer of ik met hem in Amsterdam wilde komen wonen maar dat wilde ik niet. Hij kwam oorspronkelijk van Nijmegen, maar ik ben daar ook twee keer naar het Amerikaans Medisch instituut geweest, maar ik kreeg alleen maar te horen dat mijn bloeddruk te hoog was en dat ik maar naar een Russische dokter moest gaan. Ik vroeg om medicijnen maar die kreeg ik niet. Ik had wel medicijnen, maar was heel erg Psychotisch. Toen de maat vol was werd ik overgeplaatst naar een andere appartement mijn een Hospita die drie jaar jonger was dan ik, een knappe meid, maar ze was gemeen, ze woonde samen met een Moeder die voor arts had gestudeerd, en ze had kanker. Ik moest daar tot rust gekomen, maar bij Nonna, die toen mijn vriendin was geworden, was het bijna mijn dood geworden. Tot op de dag van vandaag moet ik dat stukje verleden nog steeds dragen en heb ik er littekens van, na een paar dagen toen ze erg de hoer uithing, dat deed ze waarschijnlijk, leerde ik haar kennen en ze had geld van me nodig om voor 3 maanden in Nederland te kunnen werken, maar we konden nergens pinnen en uiteindelijk kon ik pinnen en heb haar 200 Amerikaanse Dollars toch kunnen overhandigen, het was om te lenen, maar ze heeft het ingepikt, en ze gebruikte me maar. Ik heb zelfs in Sint Petersburg rondgezworven tot 3 uur in de nacht om Nonna dwars te liggen, het was een rare tijd, maar ik besprak met vreemde mensen mijn problemen, met een jongen van 18 en ik was toen 26 jaar. Ik was toen ook verslaafd aan de drank, en had toen mijn eerste sigaretten gerookt van mijn leven zo’n beetje. Die kreeg ik van mijn ex-vriendin Nonna en nog een andere meisje die er bij zat. Ik kreeg kruiden van Valeriaan met warm water om een beetje tot rust te komen, maar achteraf bleek gewoon dat ik Psychotisch was. Ik heb een keer huilend mijn Moeder opgebeld, maar toen mijn ex-vriendin met een andere vriendin ruzie hadden, ik vertrouwde het niet had ik de politie erbij gehaald. Bij het Politiebureau viel ik in slaap, en ben terug gegaan, maar op mijn kamer had ik een drankje ingenomen van de apotheek met 60% alcohol en ik was bang gearresteerd te worden en depressief, en ben vanuit een hoog raam uit haar flatje eruit gesprongen, en ben ook waarschijnlijk buitenwesten geweest. Dit was op 31 Augustus 1996, ik kwam bij en riep om hulp, maar er was niemand, en toen lag ik ook nog langs een hondendrol, en toen kwam de ziekenwagen, en de Politie had een rapportage gemaakt die ik bijgehaald had, en toen zag ik Nonna voor het laatst en keek erg boos. Eenmaal in het ziekenhuis kwamen ze achter dat ik Russisch sprak, en vroegen waar ik pijn had? Ik zei alleen mijn onderbeen, en toen hebben ze een pin voor de tractie doorgeboord, gelukkig wel met verdoving, met een boormachine, en toen kreeg ik een tractie, en ik heb die dag erop de hele dag geslapen, dat ze me platgespoten hadden. Het weer werd er ook kouder begin September. Als ik huilde zei een zuster: Wees een vent, en niks geen gesprekken, er is een keer een psychiater aan bed geweest en die gaf mij kalmeringstabletten toen ik op een mannenzaal lag. Ik had fijne praat met de mannen, maar ik voelde me weerloos, omdat ik de hele dag in bed lag, en niks kon doen, want mijn horloge en paspoort en portemonnee hadden ze ook ingepikt de verplegers.Maar kreeg ik later van een aardige poetsvrouw terug. Maar het was er erg smerig in het ziekenhuis, katten onder het bed op de slaapzaal, muggen, vliegen en kakkerlakken, die ook op mijn nachtkastje liep. Mijn bed was vies en werd niet verschoond, en ik kon mijn tanden niet poetsten, Albert de Oezbeek was ook een afzetter, maar toen zogenaamd een vriend van mij, en deed me scheren. De Zusters gaven mij alleen spuiten met lange naalden en een beetje drinken en eten, eten was rode koude bieten en gruttenpap, elke dag, maar helemaal niet lux daar. De studenten op Jasper na, en mijn Docente kwamen me opzoeken in het ziekenhuis, en daarna moesten ze van de dokters weg, en trokken ze aan mijn been, en dat deed erg pijn. Daarna zei ik in het Russisch: Niet meer trekken aan mijn been. Ik heb ook een keer een zuster uitgescholden, omdat ze lomp tegen ons zei dat we niet mochten roken, en toen spoten ze mij plat en heb ik de hele dag geslapen, en droomde dat ik met Joden op de grond zat. En als ik deed alsof ik sliep spoten ze me weer plat, en toen droomde ik dat ik op de kermis zat, een beetje met kleuren en een hemelse sfeer. Zuster Tatjana was knap en wilde haar leeftijd niet zeggen, maar ik schatte haar in de 20. Ze had halflang haar en een bril op en hield afentoe haar handje vast en gaf haar een rode anjer die ik van de Universiteit had. Ik werd ook op een dag gefeliciteerd door een Professor, en die gaf mij het certificaat. En een moeilijk Filosofisch boek, waar ik voor moet promoten voor hem, ik heb een brief van hem gehad in Nederland en daarna nooit meer.Ik vroeg aan Albert geld voor me te halen, maar gaf mijn bankpasje niet meer terug, in Nederland moest mijn Moeder het laten blokkeren, en had er enkele honderden Guldens vanaf gehaald. Volgens mij was zijn Filosofie ook amateuristisch, maar toch wel boeiend om te lezen. Ik had een week in Rusland in het Ziekenhuis gelegen en werd opgehaald door de Nederlandse SOS-dienst, die mensen uit ziekenhuizen over de hele wereld haalt. Die man heette Gerrit, en zei dat we terug gingen naar Nederland, en toen moest ik huilen, omdat ik eigenlijk nog langer wilde blijven in Rusland. Maar van de andere kant toen ik eenmaal terug was, was ik ook wel blij om weer in Nederland te zijn. Gerrit was ook in Afrika in Ziekenhuizen geweest, maar in Afrika zien de ziekenhuizen beter uit dan in Rusland. Ik stonk ook, en moest in Nederland met ontsmettingszeep gewassen worden. Ik ben over Helsinki teruggevlogen, met daar een tussenstop en toen door naar Schiphol. Vergeleken met Rusland blonken de auto’s in het westen van het voormalige ijzeren gordijn. Ik werd met de rolstoel naar de ziekenwagen gereden, en moest tegen iedereen zeggen: Excuse me, zodat we erdoor konden. En in de ziekenwagen zei Gerrit dat ik erg stonk, maar hij vond dat ik goed Russisch sprak. Toen in Helmond ziekenhuis lag ik op een aparte kamer in quarantaine, lux dat het was, net een paleis vergeleken met Rusland, telefoon aan bed, een roepknop en televisie wat in Rusland allemaal ontbrak, ze hadden in Rusland wel een roepknop, maar deed het niet. Mijn medicijnen zijn in het ziekenhuis aangepast en heb een gesprek met de Psychiater van de PAAZ gehad, mijn rechtse been bleek verbrijzeld te zijn aan de onderkant. En na de operatie van bijna 4 uur, het waren een paar flinke littekens, en van de narcose werd ik ook helemaal paniekerig van, en ik was al Psychotisch. Maar na 2 maanden ziekenhuis, dat nu Elkerliek is, en niet meer Lambertus, ik heb moeten revalideren en zal hiermee in het volgende hoofdstuk mee door moeten gaan, toen ging ik naar Huize Padua, een Psychiatrisch ziekenhuis dat toen nog IPZ heette, en daarna GGZ Oost Brabant geworden is. Hoofdstuk 6. Mijn tijd van 3 jaar op Huize Padua: Ik ben Eind Oktober 1996 naar Huize Padua gegaan, een Psychiatrische kliniek, en na een gesprek met een Begeleidster en een stagiaire en een Psycholoog ben ik naar de gesloten afdeling gegaan, en ik kreeg ook enkele Coördinatoren toegewezen waar ik terechtkon als er iets was. Het waren moeilijke weken, ik was erg Psychotisch en ik kreeg met een Arts die als Psychiater werkt een gesprek en medicijnen toegewezen, ik kreeg in een keer 7 mg. Haldol en Akineton en Seresta tegen de bijwerkingen en spanningen. Na enkele weken ging ik veel op bed liggen en veel Sigaren roken, en er zat geen puf in mij. Ik was leeg van binnen, en zelfs een Russisch boek kreeg ik niet uitgelezen, want de puf was uit me, en nu kwamen de vermoeidheidsverschijnselen uit van het studeren en mijn Trauma uit Rusland. Met een vrouw die enkele jaren ouder was dan ik, ze was Schizofreen en zei dat ze Oekraïense was, en ze sprak ook wat Oekraïns, (maar deed net alsof) en toen de begeleiding bij zat had ik woorden met de begeleider, omdat hij achterdochtig werd van ons onverstaanbaar taaltje, en toen had ik mijn Moeder gebeld dat ik naar huis wilde, maar dat ging niet. Na bijna 2 maanden kwam ik op een open afdeling waar ik ook een programma kreeg, maar als ik de kans kreeg ging ik toch op bed liggen, en was erg depressief, ik kreeg ook gauw genoeg van mijn Moeder te horen dat ik niet meer thuis kon wonen, ook omdat de spanningen tussen mij en mijn Vader te hoog opliepen, en in het ziekenhuis was ik ook niet zoaardig voor hem, maar ik voelde me niet begrepen. En dat was toch wel een schok voor me, maar ik heb er mee leren leven. Als ik op weekend bij mijn ouders was lag ik het hele weekend op bed, en dat vonden mijn Ouders ook wel jammer, en als ik terug moest naar Huize Padua kreeg ik huilbuien, maar het ergste vond ik dat ik mijn vrijheid kwijt was, en deed vaak suïcidepogingen op mijn slaapkamer van de open afdeling, ik heb een keer een paar dozen aspirines ingenomen, en ik kreeg er oorsuizingen van en heb zonder de begeleiding het in de gaten had op de Therapie flink moeten overgeven op het toilet, toen ik dat maanden later tegen de begeleiding vertelde, waren ze verbaasd. En ik droomde veel van Rusland en Orthodoxe priesters. En ik wilde me ook verstikken met een plastic zak, maar dan kreeg ik het te warm. Pas in April 1997 begon ik mijn zin in het leven weer terug te krijgen. Ik zag dat de lente kwam en dat gaf me hoop. Ik heb ook wel eens van de Haldol aanvallen, dat ik bewegelijk word en niet stil kan zitten, en hele rare gevoelens. Dus toen ik Risperdal kreeg inplaats van Haldol was ik blij dat ik er geen last meer had. Ik ging ook vaker naar de ontmoetingsruimte toe, en ging een dagje naar België en Duitsland alleen, alleen dat ik niet van de alcohol kon afblijven dat was wel lastig. Ik ben na het afbouwen van de medicijnen, toen werd ik te druk, dus kreek weer medicijnen erbij ben ik op en af, en het ging goed, maar moest wachten tot het gebouw op de Baroniehof in Helmond klaar was. Het was wachten en wachten. Hoofdstuk 7. Naar de beschermde woonvorm: Eindelijk, in December 1999 ging ik naar de Beschermde woonvorm, nu is het 2 jaar dat RIBW en IPZ en het RIAGG gefuseerd zijn tot het GGZ, en we kregen ook gebak toen de fusie een feit werd. Ik was blij dat ik op de Baroniehof zat, en had mijn eigen kamer en meer vrijheid. Alleen een vrouwtje had ik soms wat spanningen mee, maar dat werd met de begeleiding uitgepraat, in April 2000 overleed mijn Opa van Moederskant, en dat was een klap voor mij en heb tot op den daag van vandaag nog verdriet om. Ik ging gewoon aan het werk op de Kwekerij in Deurne, toen ik in Gemert niet meer terechtkon omdat het te ver weg was, en dat ging op en af, ik moest stek knippen, en was eentonig werk, mocht zeer sporadisch in de kas werken, dat vond ik wel leuk. 2001 begonnen de problemen, toen kwam er een nieuw meisje te werken die dertien jaar jonger was dan ik, en had een bril op en half lange haren. Ze was een obsessie voor mij, maar ik kon haar niet vergeten, ik gaf haar veel snoep en ik kreeg een sneetje ontbijtkoek van haar terug, ik wilde met haar bij de HEMA afspreken, om koffie met haar te drinken, maar toen ik haar mijn telefoonnummer gaf, en haar telefoonnummer vroeg was ze meteen afgehaakt, het was een mooie en slechte tijd. Maar toen werd ik er ook psychotisch van, ik zei op een Donderdag in Februari 2002 dat ze veel voor me betekende, toen zei ze op een rotte manier: Dat weet ik, en toen riep ik: Doe normaal verdomme, en toen liep ze huilend naar het toilet, en ben de volgende dag vrij geweest vanwege de spanningen, en toen werd er toch besloten dat ik voor tijdelijk in het hout moest werken wat ik niet wilde, ik was suïcidaal, omdat het zo liep, en toen heb ik een gesprek met het hoofd van de Beschermde Woonvorm gehad, en hij viel een beetje tegen me uit over dat ik er met de pet naar gooide, mijn begeleidster die zat er bij, en ik tierde en riep in het Duits, dat het leven een hel is, en dat het niet klopte, en toen ik op controle moest op Huize Padua werd er een opname voor mij in de kliniek geregeld, het zo maar voor 3 weken zijn, maar het is Uiteindelijk toch 4 maanden geworden, ik was er kwaad om, en ik kreeg van 10 mg. Haldol kreeg ik Risperdal. En werd flink verhoogd, en ben toen ik 2 jaar gestopt was met roken weer begonnen, maar wel ziek geworden van het roken omdat ik het zolang niet meer gedaan had. Ik had ook veel huilbuien, maar deed de notulen uitwerken op de afdeling daar op de computer. Ik moest ook helemaal met de fiets naar Helmond ((enkel 20 km) om daar vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik had ook last van zelfverminkend gedrag en ben er bijna 1 nacht voor naar de gesloten afdeling gemoeten, maar is gelukkig niet doorgegaan, en ben zachtjes aan weer op Therapeutische basis begonnen. Ook werkte ik op het terrein in de kas, en had een goede gesprek met de stagiaire die voor Psychologe aan het studeren was. Zij was ook een grote steun voor mij, en in Juni ben ik ontslagen van Huize Padua, omdat er een spoedopname voor mij in de plaats kwam. Maar ik kon dat meisje waar ik een obsessie voor had nog steeds niet vergeten en werd er steeds mee geconfronteerd. Ze was ook zo mooi, ze had ook een lekker kontje en mooie kleren aan. Ik ben op 28 September verhuisd naar de Peelhof, wat ook beschermt wonen is maar in mindere maten en wat van de Baroniehof uit bestuurd wordt. Ik woonde met 3 andere mensen samen, een kernautist en 2 autisten die mijn vrienden zijn. In Oktober heb ik dat meisje voor het laatst gezien en ik was weer psychotisch en moest van de begeleiding thuis blijven. Ze zagen dat ik agressief en donker keek, en ik moest de foto’s die ik stiekem van dat meisje gemaakt had ook laten vernietigen van de begeleiding. Toen moest ik weer naar Dokter Gommers op Huize Padua en zei dat alle foto’s van vrouwen van mij kamer moesten, en toen begon ik te huilen, en toen zei de Dokter: Ga je weer zielig doen? Dat vond ik zo gemeen dat hij dat zei, maar ze hebben gelukkig de vrouwen laten hangen, en ben van Psychiater veranderd. Mij Psychiater heet Bert, en weet veel van Autisme, en weet veel van Autisme af. Nu heb ik geen betaalde baan meer, maar doe vrijwilligerswerk met maken van autismemappen, Administratie, Notuleren en vergaderingen bijwonen. En soms ook wat vertaalwerk Russisch, Engels en Frans, maar daar ben ik mee gestopt, omdat ik veel misverstand over mijn werk heb gehad, en als het puntje bij het paaltje was dat ze me toch niet wilden betalen. Alleen voor de Leiding doe ik soms wat vertaalwerk. Ik heb ook een boek geschreven over mijn reis naar Nieuw Zeeland en mijn Autisme, maar ik kon het niet nationaal uitgeven, dat was moeilijk. Maar het boek komt bij Autsider op de lijst te staan, en misschien dat u het via Autsider kunt bestellen, de titel van het boek luidt: Een auti in zijn uppie om de wereld. Het gaat nu goed, ik heb up en down, maar niet meer zo’n obsessie voor vrouwen, wel pas van een andere meisje gehad die op het activiteitencentrum werkte, maar die is gelukkig weg. De begeleiders zeggen ook dat het goed met me gaat, en ben bijna 3 jaar niet meer opgenomen in de kliniek geweest. Mijn Medicijnen zijn nu: Risperdal, Paroxetine en Temesta, en Temesta zonodig als de spanningen te hoop oplopen, of niet goed ken slapen. Het is nu Oktober 2004, en ik hoop dat ik toch een groot stuk van mijn leven op papier heb kunnen samen vatten, heb op Huize Padua ook nog studies gedaan, en geslaagd met goede punten, Frans ging niet goed, maar voor Russisch had ik ongeveer een 8.4 voor. Ik heb op de Fontyshogeschool ook nog een studie gevolgd, een Hbo-opleiding, en daar ben ik ook goed doorheb geworsteld, en wil in de toekomt toch wat meer voorlichting geven over Autisme. Ik ben nu met een zelfstudie Grieks en Arabisch bezig, en ik doe graag boeken over Psychologie, Filosofie en wetenschap lezen. Dat wilde ik nog even te vermelden. Nu een stukje hoe het nu met me gat in April 2005. Ik doe nog steeds Arabisch en Grieks studeren (Zelfstudie) en ik doe zelfstudie Steno, zodat ik wat sneller ken notuleren, omdat ik vaak moet notuleren en veel. Pas nog een Grieks boek uitgelezen, en het Arabisch moet ik nog heel veel bijleren, maar ken wel korte verhaaltjes lezen in het Arabisch. De Autistensoos ben ik vanplan om ermee te stoppen, omdat de verliefdheid op een meisje dat 15 jaar jonger is dan ik is omgeslagen in haat, omdat ze me waarschijnlijk ook haat, en ze is zelf ook Autistisch maar benadeeld toch andere Autisten op het Autistisch zijn. Ik voel me niet meer op mijn gemak bij de Autistensoos, en ben daar ook een van de slimmere, en het is altijd spelletjes doen, en nooit discussie-avonden. Mijn Ouders zijn pas 3 weken naar Amerika geweest, van Las Vegas tot New Orleans toe, en mijn Moeder deed elke week bellen, ik had haar erg gemist, en heb er zelfs huilbuien om gehad, ik ken mijn Moeder niet missen, en heb ook een hele goede band met Oma. De gesprekken met de begeleiding verloopd goed, ik heb nu een mannelijke begeleider, terwijl ik eerst een vrouw had, en dat bevalt me veel beter. Ik ga om de 14 dagen een heel weekend naar mijn Moeder en om het weekend 1 dag op en neer, en lezen doe ik ook veel om de tijd goed door te komen. Ik had ook gedroomd om een groot schrijver te worden van Autismeboeken, en had in de Russische taal een titel willen halen, wat nooit gebeurd is. Wat ik al eerder in mijn autobiografie vertel val ik tussen wal en schip. Wat ik bereikt heb ben ik toch wel trots op, maar ik ben nooit tevreden en eis nog altijd teveel van mezelf. Ik had het in de talen of in de muziek ver kunnen schoppen, maar dat is toch maar een illusie, en daarom omdat ik geen groot schrijver ben breng ik dit verhaal zo uit. Ik wordt pas over 3 maanden 8 dagen pas 35 jaar, ik hoop dat ik nog lang te leven heb, maar wat er naar dit leven zal komen ben ik nog niet echt uit, maar goed, dit is wat ik kwijt wilde. Richard den Braber, Helmond. 19-04-2005.