"Mijn" verhaal

Als kind had ik een ongezond sterke band met mijn moeder die mij overmatig sterk beschermde alsof zij zich daar vanuit een schuldgevoel toe verplicht voelde. Ik vroeg me als kind al heel gauw af wat er gebeurd zou kunnen zijn zodat mijn moeder zich zo extreem om mij bekommerde.

Iemand zei mij ooit eens een keer dat ik iemand ben die "in zijn eigen hoofd leeft". Die opmerking klopte precies. Ik ben iemand die heel veel nadenkt over allerlei zaken en details. Ik heb nooit anders gedaan. Ik dacht als kind al heel vroeg na over allerlei "gewichtige" onderwerpen en vragen des levens waar de meeste van mijn leeftijdgenoten blijkbaar nog niet eens van gehoord hadden. Om die reden werd ik al vrij snel op allerlei plekken waar ik kwam als "anders" beschouwd en behandeld.

Op school haalde ik wisselend heel goede en dan weer heel slechte cijfers en niemand begreep daar ooit iets van. Ik ging graag mijn eigen gang en werd heel vaak als "eigenwijs" bestempeld terwijl ik gewoon probeerde gelukkig te worden en mij goed te voelen. Het gevoel dat ik niet begrepen werd maakte mij vaak kwaad en uitermate agressief, maar vooral ook buitengesloten en eenzaam.

Ik vond het als kind altijd al opvallend hoe weinig die leraren eigenlijk wisten. Ik zag dingen die zij niet zagen; hoe kon zo iemand nou voor de klas staan? Ik kon het ook niet laten om dat te laten merken en daardoor werd het mij vaak erg moeilijk gemaakt. Soms kon ik de neiging niet weerstaan om ongevraagd een heel betoog te houden over mijn zeer specifieke interesses (bv. medische biochemie) op het moment dat ik aan het woord was.

Ik was heel slecht in rekenen en wiskunde maar juist weer heel erg goed in moderne talen. Scheikunde vond ik wel weer heel erg leuk, maar aan geschiedenis had ik een hekel. Ik paste in geen enkel hokje. Ik kon wel alle geschiedkundige feiten van buiten leren en afdreunen maar verbanden leggen kon ik totaal niet. Ik had een bloedhekel aan het vak "lichamelijke opvoeding" omdat dat een uitgelezen moment was voor mijn klasgenoten om mij te pesten met mijn totale onvermogen om al die rare balsporten te spelen. Ik voelde me ontzettend bekeken in zo'n groep en ik begreep er niets van. Ik kon die bal maar niet laten doen wat ik wilde en dat alles maakte mij behoorlijk depressief. Ik werd als "onhandig" gezien.

Ik heb mijn middelbare-schooltijd doorgebracht op een superkatholiek "college" in Lier (bij Antwerpen) en wat mij daar altijd het meeste gestoord heeft is het feit dat er op een haast dictatoriale manier les werd gegeven. Er was weinig of geen ruimte voor eigen inbreng of "eigen"-aardigheid; het was een fabriek waar vooral alles heel efficiënt en binnen bepaalde kaders moest verlopen. Tijdsdruk was een factor waar ik niet mee om kon gaan. Ik deed dingen graag op mijn manier in mijn eigen tijd; al de rest werkte niet. Het ging vooral om het absorberen van voorgekauwde leerstof terwijl de sfeer op die school verschrikkelijk elitair was. Er werd door docenten ontzettend neergekeken op mensen van het beroepsonderwijs en dat werd tijdens de lessen vaak duidelijk gemaakt. Het is in mijn situatie een wonder dat ik dit overleefd heb hoewel ik wel moet zeggen dat ik op mijn 17de vergif heb ingenomen (wat toen als zelfmoordpoging gezien werd) om aandacht te vragen voor wat IK wilde zeggen. Niet dat iemand dat ooit zo begrepen heeft overigens. Ik had niet de vaardigheid om het ze duidelijk te maken. Het leek wel alsof ik niet kon communiceren met de buitenwereld. Wat ik aan "communicatie" tentoonspreidde was meer het afraffelen van aangeleerde verhaaltjes die sociaal acceptabel waren, het afdraaien van een "programma". Op die manier legde ik ook examens af: ik draaide het programma af door de leerstof die ik volledig memoriseerde af te raffelen van voor tot achter. Daardoor had ik voor sommige vakken hele hoge cijfers en voor anderen totaal het omgekeerde. Ik zag geen verbanden.

Neerkijken op alles wat anders was was kennelijk iets wat sociaal acceptabel was op school. Ik heb meerdere malen mogen horen dat het toch maar vreemd was dat ik daar op school zat omdat ik uit een "arbeidersgezin" kwam. Mijn ouders hadden totaal geen benul van wat de "Latijn-Griekse" inhield. Het klonk voor hen allemaal nogal buitenaards, maar ja, de "meester" had op de lagere school gezegd dat ik daar wel naartoe kon omdat ik zulke goede cijfers had. Of ik dat zelf ook wilde was niet aan de orde. Bovendien wist ik niet wat ik wilde; dat wist ik tien jaar later nog steeds niet. Waarom moet je weten wat je wil? Ik wil de ene dag dit en de andere dag weer dat en dat kan kennelijk niet in deze maatschappij. Voor mij is dat geen probleem: zo functioneer ik nou eenmaal; ik weet niet beter. Het maakt iets als een opleiding wel ingewikkeld.

De relatie met mijn moeder was voor mij erg verwarrend: zij had nl. ook de neiging mij in mijn gezicht voor ronduit abnormaal uit te maken als ik van de dierenarts weer eens een anatomisch preparaat op sterk water had meegekregen. Mijn vader deed wel eens wat klussen voor de dierenarts en dan ging ik vaak mee om te kijken. De wereld die ik onder een microscoop zag vond ik heel fascinerend en sprak mij meer aan dan de uitermate onrechtvaardige wereld der volwassenen om me heen. Ik begreep niet hoe mensen het konden verdragen om allerlei onrechtvaardige situaties in stand te houden. De gang van zaken in de wereld om mij heen was voor mij vaak volkomen raadselachtig en onlogisch.

Ik ben nog steeds heel erg geïnteresseerd in de natuur en in dieren en ik voel een sterke verbondenheid met beide.

Ik werd op school heel vaak gepest omdat ik duidelijk "anders" was en ik kon heel agressief worden als ik niet begrepen werd. Ik trok me dan ook vaak het liefst terug en had vaak last van kennelijk onverklaarbaar heftige emoties en huilbuien. Ik had een duidelijk overmatig sterke fantasie en was bijgevolg ook vaak heel erg angstig voor allerlei wezens die niet door anderen gezien werden. Ik had ook heel magische dromen waarin ik kon vliegen of op een vlot zat en dan vervolgens zonk in groen water.

Heel kenmerkend in mijn gedrag naar anderen toe is dat ik kennelijk onhandig ben in het leggen van contacten en het onderhouden van vriendschappen. Ik had daarom weinig vrienden (ik kon ze op een hand tellen en nu op een halve hand) en ik had moeite met het inschatten en begrijpen van iemands emoties. Ik was vaak heel open en eerlijk bij de verkeerde personen of andersom en ik schrok er niet voor terug om medeleerlingen en volwassenen een spiegel voor te houden waar ze dan van schrokken. Daardoor was ik niet echt "populair" en om die reden ben ik de afgelopen 13 jaar bezig geweest een werkplek te vinden en te behouden.

De sociale repercussies van dingen vertellen aan de verkeerde personen maken het voor mij op de werkvloer erg ingewikkeld. Ik ben nu al 4 jaar werkeloos thuis omdat ik voor 100% afgekeurd ben nadat een psychiater mij de diagnose "chronische paranoïde schizofrenie" had bezorgd (dat lijkt uiterlijk heel erg op aandoeningen uit het autistische spectrum). Toen ik een tijdje geleden weer contact had opgenomen met een eerdere behandelaar met wie ik jarenlang wekelijks gesprekken heb gevoerd en vertelde over die diagnose en dat ik nog nooit de voorgeschreven medicatie heb geslikt omdat ik wel beter wist, barstte deze uit in lachen en vertelde mij dat hij altijd al sterk het vermoeden had dat ik iets als PDD-NOS heb.

Ik had als kind vaak hele heftige emoties die ik niet kon verklaren. Zo kon ik mijn moeder met name soms heel erg haten. Ik had vaak last van paniekaanvallen en stemmingswisselingen m.b.t. activiteiten op school. Dat is nu veel minder geworden vooral omdat de stressfactoren zoals school en werk afwezig zijn op dit moment. Men vond mij ook altijd zo erg gevoelig en dat is iets wat taboe is als je een jongen bent. Ik was vaak heel erg bang voor dingen die anderen kennelijk niet zagen. De steeds weer wisselende omstandigheden op school maakten het voor mij dag in dag uit tot een zeer stressvol gebeuren, terwijl ik juist zo erg gesteld was op rust en een koers varen volgens mijn eigen wensen en inzichten.

Ik kon me altijd erg goed vermaken in mijn eentje en al heel snel vonden leerkrachten mij "eigenwijs", terwijl ik dat niet met opzet was maar gewoonweg omdat ik nou eenmaal dingen beter kan doen op mijn eigen manier. Ik raak gauw in de war door de manier van doen van anderen. Ik kan me heel goed herinneren dat ik soms verbanden legde die men raar vond of totaal onbegrijpelijk.

Op school was ik al op jonge leeftijd heel erg goed in moderne talen, maar bij mijn medeleerlingen viel ik eerder negatief op qua "hooghartig" (en voor hen ongebruikelijk) taalgebruik waardoor ik alsmaar weer gedrukt werd op het feit dat ik zo anders was. Ik voldeed totaal niet aan de verwachtingen van mijn medeleerlingen en op een bepaald moment was het voor mij een hobby om sociaal onaangepast te zijn. Ik vond het erg leuk om onbestaande woorden te vormen en hele verhalen te schrijven in een zelfbedachte taal. Dat soort bezigheden vond men heel vreemd.

Ik kan heel erg slecht tegen onrecht en heb dan de niet te onderdrukken neiging om de wereld hierover in te lichten op een manier die niet als prettig wordt ervaren.

Als kind al had ik zeer beperkte interesses, maar datgene waar ik in geïnteresseerd was kon ik heel erg uitdiepen. Ik hield me dan met niks anders meer bezig. Of ik had steeds weer andere interesses, maar altijd slechts maar één ding tegelijkertijd. Precies dat gedrag zie ik in de opleidingen die ik gevolgd heb: ik kon me maar met één vak tegelijk bezighouden en daar ging ik dan ook helemaal in op.

Met andere kinderen spelen deed ik nauwelijks of nooit. Ik begreep die kinderen niet en zij begrepen mijn wereld niet. Ik had ook niet de behoefte om veel met ze uit te wisselen. Als ik iemand benaderde, en dat heb ik nog steeds, dan was het meer omdat een bepaald detail in iemands gezicht mij bijvoorbeeld interesseerde.

Hoewel dat niet zo lijkt kost verbaal communiceren mij erg veel moeite en ik doe het eigenlijk liever niet. Het levert zo weinig op en is heel erg pijnlijk voor mij omdat ik de reacties van anderen vaak niet kan plaatsen. Ik vat dingen vaak ook te letterlijk op.

Door mijn verbale intelligentie, als daar sprake van is, kom ik vaak anders over dan hoe ik me echt voel. Het heeft ertoe geleid dat ik o.a. de diagnose "schizofrenie" gekregen heb ... Ik vraag me steeds vaker af in hoeverre ik ECHT begrijp wat ik zelf zeg in de mate zoals anderen zichzelf begrijpen wanneer ze iets zeggen.

Groet, Robin

---------------------------------------

Dit is een persoonlijke Point of view: Te lezen op www.autsider.net

Rechten van het geschrevene berusten bij de auteur. Het geschreven kan vrij gebruikt worden in sociale kring.