Autisme en vriendschap

Kunnen mensen met autisme intieme vriendschappen hebben? Of is dit in het geheel niet mogelijk? Autisme is immers een communicatiestoornis. Iemand met autisme zou weinig inlevingsvermogen hebben, waardoor het moeilijk wordt om een hartsvriend te vinden. Wil je tot een intieme vriendschap in staat zijn, een vriendschap waarin je alles deelt, dan moet je immers ook in staat zijn, de ander aan te voelen en te begrijpen. Klopt het dat iemand met autisme dit niet kan? Of is er mogelijk ook sprake van een andere ontwikkeling, wat maakt dat het onderhouden van vriendschappen weliswaar moeilijk kan zijn, maar niet onmogelijk? Feit is dat ook mensen met autisme intieme vrienden kunnen hebben. Voorwaarde is wel dat de ander het autisme volledig accepteert en daar ook rekening mee houdt. Een interessante vraag is: Zijn er bepaalde fases van vriendschap te onderscheiden en maken autisten en niet autisten daarin dezelfde ontwikkeling door?

Vriendschap in de kinderjaren

Kinderen maken vanaf hun babytijd een enorme ontwikkeling door. Dit geldt op allerlei gebieden: lichamelijk, cognitief, sociaal. Ditzelfde geldt voor het vermogen om vriendschappen aan te gaan. Een zich normaal ontwikkelende baby maakt al in een vroeg stadium contact met zijn ouders en andere verzorgers. In het begin gebeurt dit alleen non verbaal, door te huilen (omdat ie honger heeft), een glimlach, of een knuffel. Het kind gaat zich hechten aan de ouders en voelt zich veilig bij hen.
Wanneer het kind de peuterleeftijd heeft bereikt, speelt het vooral naast andere kinderen. Echt samen spelen komt pas rond de kleuterleeftijd. Dan spelen ze graag bestaande situaties na. 'Vader en moedertje' spelen is op die leeftijd populair.

Doe-vriendschappen

In de eerste jaren van de lagere school, zeg maar tot groep 6, zijn vriendschappen van kinderen vooral gebaseerd op de dingen die je met elkaar doet. Het samen thuis spelen met de barbies. Of het dagelijkse potje voetbal na schooltijd. Een gemeenschappelijke interesse maakt dat kinderen elkaar opzoeken en vriendschap sluiten. Vrienden zijn dan ook niet zomaar meer inwisselbaar en er ontstaat een band. In dit stadium worden nog geen intieme gevoelens gedeeld.

Deze fase van vriendschap wordt ook weleens de Sportieve Coöperatie genoemd. Vriendschap op basis van gemeenschappelijke interesses. Jongens blijven over het algemeen langer in deze fase hangen. Ook in de bovenbouw van de basisschool zijn hun vriendschappen grotendeels gebaseerd op dingen samen doen, waarbij een stukje competitie en het uitvinden wie de baas is, een belangrijke plaats innemen. Meisjes daarentegen zijn op die leeftijd vaak al meer met hun gevoelens bezig en voelen de behoefte deze te delen met hun vriendinnen. De vriendschap verdiept zich en de volgende fase komt in zicht.

Het is in deze periode sowieso belangrijk om bij de groep te horen. Dat betekent meedoen met de laatste (mode) trends en vriendschap te sluiten met de mensen binnen de groep. Veel van deze contacten blijven oppervlakkig, maar zijn wel belangrijk voor de sociale ontwikkeling. Door binnen een groep geaccepteerd te worden, kun je van daaruit echte vriendschappen ontwikkelen en je eigen identiteit ontdekken. Echte vriendschappen ontstaan vaak in de puberteit. Veel meisjes hebben een hartsvriendin, waarmee ze alles bespreken. Eenmaal volwassen blijven dit soort diepe vriendschappen vaak bestaan. Dit zijn de vriendschappen voor het leven.

De intieme vriendschap

Tegen de tijd dat kinderen naar de middelbare school gaan, veranderen ook hun vriendschappen. Natuurlijk blijven ze nog steeds dingen samen doen met vrienden, maar het praten met elkaar wordt steeds belangrijker. Meisjes praten met elkaar over hun gevoelens, jongens en ongesteld worden. De jongens praten over meisjes, al blijft bij hen de nadruk liggen op stoer zijn en dingen samen doen (en laten zij minder snel het achterste van hun tong zien).

Knelpunten bij autisme

Een kind met autisme ontwikkelt zich anders, dan het doorsnee kind zonder autisme; dat is algemeen bekend. Autisme is een communicatiestoornis, waarbij het kind vooral het vermogen mist, op een natuurlijke manier anderen aan te voelen. Zelfs jonge kinderen hebben het vermogen elkaar zonder woorden te begrijpen, contact ontstaat door een blik, een glimlach. Het kind met autisme lijkt dit vermogen te missen. Van nature begrijpt hij weinig van de mensen en de wereld om zich heen, wat een gevoel van angst kan veroorzaken. Het kind is geneigd zich terug te trekken in een eigen wereldje waarin hij zelf orde kan aanbrengen (door bijvoorbeeld zijn autootjes in een lange, rechte rij te zetten of steeds dezelfde bewegingen te maken).
Door zijn onbegrip verloopt het contact met anderen vooral in de eerste levensjaren vaak moeizaam. Het kind begrijpt zichzelf niet, laat staan dat het in staat is om anderen te begrijpen.

Een belangrijk gegeven

Om goede vriendschappen te kunnen aangaan, is het belangrijk dat je vanuit de ander kunt denken. Dat je jezelf kunt verplaatsen in wat een ander denkt. Je moet überhaupt beseffen dat anderen geen verlengstuk van jezelf zijn. Het probleem van iemand, die autisme heeft, is dat hij vooral in zijn eerste levensjaren, een slecht ontwikkeld Ik-besef heeft. Waar 'normale' kinderen in de peuterpuberteit al door hebben dat ze een eigen identiteit hebben en hun grenzen gaan verkennen, heeft het kind met autisme daar nog totaal geen weet van. Hij praat over zichzelf als 'jij' omdat anderen dit ook doen. Hij ziet zichzelf niet als een op zichzelf staand individu en denkt dat anderen hetzelfde voelen en denken als hij. Als hij de kleur groen bijvoorbeeld lelijk vindt, denkt ie dat iedereen dezelfde mening is toegedaan. Uiteindelijk komt hij er wel achter dat dit niet zo is, maar veel later dan gebruikelijk.

Echter: om intieme vriendschappen te kunnen sluiten, is het volgende heel belangrijk: Je moet je in de ander kunnen verplaatsen; dat betekent dat je vanuit het perspectief van de ander moet kunnen denken. Kinderen van zes tot acht jaar beseffen normaal gesproken al dat een ander 'andere informatie heeft' en als ze tien jaar zijn kunnen ze al gaan nadenken over de denkbeelden en gevoelens van anderen! Als kinderen op de middelbare school zitten proberen ze anderen te begrijpen door zich in hun denkbeelden te verplaatsen. Dit is een noodzakelijke basis voor een intieme vriendschap, want pas dan kun je jouw denkbeelden met die ander delen.

Veel later

Bij iemand met autisme ontstaat het 'perspectief-denken' een stuk later in de ontwikkeling. Menig autistisch meisje op de middelbare school denkt nog steeds dat haar vriendin een 'verlengstuk' is van zichzelf. Wanneer zij niet van housemuziek houdt, kan ze zich niet voorstellen dat haar vriendin dit wel doet. Als haar vriendin moet huilen om een muziekstuk, waar zij doorgaans om moet lachen, snapt ze niets van die tranen. Daarbij gebeurt het nogal eens dat vriendinnen zonder autisme eerder in de emotionele achtbaan van de puberteit komen. Dan begrijpt ze niets van de onverwachte huilbuien van haar vriendin, de grote mond die ze tegen haar ouders opzet en het per se willen meedoen met de laatste mode.

Vanuit zichzelf kent ze dit niet en omdat ze nog niet doorheeft dat haar vriendin haar eigen gevoelswereld heeft (en anders over bepaalde zaken kan denken) raakt ze behoorlijk in de war en is de vriendschap gedoemd te mislukken omdat er hierdoor geen intieme gevoelens gedeeld kunnen worden. Want: hoe kun je je verplaatsen in de gevoelens van anderen, als je niet in staat bent, die ander los te zien van jezelf?

Sommige mensen met autisme krijgen pas als volwassene door dat de ander een op zichzelf staand individu is. Dat zijzelf een op zichzelf staand individu is. Pas op dit punt is ook zij in staat tot delende, intieme vriendschappen, al is dit veel later dan gebruikelijk met alle gevolgen van dien. (Helaas zijn er ook mensen met autisme die dit stadium nooit bereiken. Dit zijn vaak degenen met een lager IQ).

Het probleem

Mensen met autisme zijn prima in staat om vriendschappen te sluiten. In een klas met autistische kinderen zie je vaak dat de groepscultuur, die op reguliere middelbare scholen zo belangrijk is, nagenoeg ontbreekt. Iedereen is 'anders' en mensen worden sneller geaccepteerd omdat kinderen met autisme individualistisch zijn en zich niet zo bezig houden met kledingcodes e.d. Vriendschappen zijn gebaseerd op gemeenschappelijke interesses. Twee meisjes die gek zijn op paarden, of jongens die alles weten over treinen.

Omdat autistische kinderen zich langzamer ontwikkelen, blijven ze ook langer in deze vriendschapsfase steken, ook wel de Sportieve Coöperatie genoemd. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn. Dat wordt het echter wel als de vriendin zonder autisme, zelf wel de delende, intieme fase bereikt. Ze zal de behoefte voelen, haar gedachten en gevoelens te delen. Iets waar het autistische meisje nog lang niet aan toe is. Een logisch gevolg is dan dat het niet autistische meisje anderen gaat zoeken met wie ze wel haar zielenroerselen kan delen. De ontwikkeling van deze twee meisjes loopt immers niet gelijk op en de vriendschap lijdt (in veel gevallen) schipbreuk.

Betekent dit alles dat vriendschap met een autist nagenoeg onmogelijk is?

Uit het bovenstaande kun je concluderen dat hartsvriend zijn met iemand die autisme heeft, nagenoeg onmogelijk is. Gelukkig is dit niet het geval. Omdat mensen met autisme dingen slecht aanvoelen, zijn ze genoodzaakt zichzelf vaardigheden aan te leren. Intelligente mensen met autisme, die daarbij de juiste hulp krijgen, kunnen daarin heel ver komen.

Wanneer iemand met autisme, zij het later dan gebruikelijk, voldoende ik-besef ontwikkelt, is hij ook in staat de ander los te zien van zichzelf. En dat geeft ruimte voor een intieme vriendschap. Misschien is het waar dat iemand met autisme van nature minder aanvoelt, dan iemand zonder deze stoornis. Toch is het zeker niet zo dat hij/zij geen invoelingsvermogen heeft. Wanneer hij/zij dingen uit zijn/haar eigen leven herkent, weet ie heel goed hoe de ander zich voelt. Daarbij hebben veel autisten het vermogen ontwikkeld, goed te luisteren. Ze hebben geleerd om gerichte vragen te stellen om zo de gevoelens van de ander in kaart te brengen, zodat ze hem kunnen begrijpen.

Het lijkt omslachtig, maar compenseert de intuïtie, die ze van nature missen. Juist omdat ze meer hun best moeten doen voor een vriendschap, leren ze om meer rekening te houden met de ander. Ze denken meer na over wat ze wel of niet kunnen doen en dat kan een plus zijn. Denk maar eens aan hoeveel mensen ondoordacht een kerstkaartje sturen met 'fijne kerst en gelukkig nieuwjaar' nadat iemands man in november is overleden. Iemand met autisme zou dit niet snel doen.

De mooie kanten van vriendschap met een autist

Zoals in de inleiding al gezegd werd: Ook mensen met autisme kunnen intieme vriendschappen onderhouden. Zij zijn zeker in staat hun gevoelens te delen, mits er een basis van vertrouwen is en zij de tijd krijgen, hun gevoelens te formuleren. Vrienden ervaren vaak dat degene met autisme goed kan luisteren, gerichte vragen stelt en heel betrouwbaar is. In het contact is hij eerlijk en heeft hij geen 'dubbele agenda' What you see, is what you get. Afspraak is afspraak en als je hem de ruimte geeft en daarbij rekening houdt met zijn autisme, kan er een mooie vriendschap ontstaan. De persoon met autisme zal wat jij vertelt niet zo gauw met anderen bespreken. Wel geldt dat het autisme bespreekbaar moet zijn en dat jullie elkaar accepteren zoals jullie zijn: zowel de sterke als de minder sterke kanten. Ook iemand zonder autisme heeft zijn gebruiksaanwijzing en met wederzijds respect kom je een heel eind.

Geldt dit niet in iedere vriendschap?

Een artikel van Sigrid Landman, o.a. bekend als schrijfster van het boek "Moederen met autisme".