Selectief eetdrag bij mensen met autisme

In maart 2015 kon televisiekijkend Nederland zich wekelijks verbazen over wat ze zagen tijdens de maandagavond-documentaire 'Bizarre eters' op RTL 5. Daarin werd een, bij het grote publiek vrij onbekend eetprobleem belicht: de selectieve eetstoornis. De naam zegt het al: mensen, die hieraan lijden, eten weinig gevarieerd. Zij lusten bijna niets en eten jarenlang alleen chocoladevla of spaghetti met kaas. Ouders en verzorgers zitten met de handen in het haar, daar het niet lukt hun kinderen ook andere producten te laten eten. Goed bedoelde pedagogische maatregelen, hebben geen enkel effect. De vraag rijst of kinderen met een autistische stoornis, o.a. vanwege hun behoefte aan vaste regelmaat en weerstand tegen veranderingen, sneller een selectieve eetstoornis ontwikkelen, dan kinderen zonder deze aandoening.

Wat is het probleem?

Selectief eetgedrag werd tot voor kort niet als medisch probleem onderkend. Wat toch vreemd is, omdat een eenzijdig eetpatroon op de lange duur, zeker tot gezondheidsproblemen kan leiden. Doordat iemand jarenlang bijvoorbeeld alleen brood met hagelslag eet, krijgt hij in no time een enorm tekort aan vitamines en andere voedingsstoffen. Voor kinderen in de groei, kan dit funest zijn.
Ook kan iemand op latere leeftijd allerlei gezondheidsproblemen krijgen. Welke problemen dit zijn, hangt af van het product dat wordt gegeten. Alleen vloeibaar eten kan tot gevolg hebben dat iemand te mager wordt en daaraan gerelateerde problemen krijgt. Het eten van spaghetti met kaas kan overgewicht, hoge bloeddruk (hart en vaatziekten), een te hoog cholesterolgehalte en suikerziekte veroorzaken.
Sowieso neemt door het ongezonde eetgedrag de weerstand af. Mensen met een selectieve eetstoornis zijn over het algemeen vaak verkouden of grieperig.

Drie keer zo vaak

Kinderen met autisme zijn gebaat bij een vaste structuur. Ook is het belangrijk dat zij zich veilig kunnen voelen in het gezin waarin zij opgroeien. Voor kinderen met autisme is de wereld om hen heen vaak een grote chaos. Zij hebben moeite met het leggen van verbanden, waardoor ze dat wat ze om zich heen zien, vaak niet goed begrijpen. Dit veroorzaakt een gevoel van angst, met daaruit voortvloeiend de behoefte 'alles bij het oude te houden'.
Ook als het om eten gaat, beperken veel kinderen met autisme zich het liefst tot het eten van de voor hen, vertrouwde producten. Ze zijn daarin behoorlijk selectief; er zijn verhalen bekend van kinderen, die slechts een beperkt aantal producten eten (alleen witbrood en kaasstengels) en weigeren om iets anders te eten, laat staan groente en fruit. Ouders kunnen straffen en belonen wat ze willen; dit heeft totaal geen effect op het eetgedrag van hun autistische kind.
Natuurlijk is het niet zo dat alle selectieve eters, autistisch zijn. Integendeel. Ook mensen zonder autisme kunnen weinig lusten of slechts één product willen eten. Het merendeel van de mensen, die in Bizarre eters werden geportretteerd , was niet autistisch. Soms blijkt ook een traumatische ervaring de oorzaak voor de weigering van bepaald voedsel. Wanneer iemand eens bijna in een stukje appel gestikt is, kan hij het eten van appels gaan mijden en in heel extreme gevallen zelfs alleen maar vloeibaar gaan eten.
Onderzoek heeft wel uitgewezen dat een selectieve eetstoornis drie keer zo vaak voorkomt bij mensen met autisme. Gezien hun stoornis is dit ook niet zo verwonderlijk.

Oorzaken van selectief eetgedrag bij kinderen met autisme, nader toegelicht.

Ook bij mensen met autisme wordt selectief eetgedrag ergens door veroorzaakt. Het is zaak deze oorzaak zo goed mogelijk te achterhalen, zodat de eventuele hulpverlening hierop ingezet kan worden. Globaal zijn er vier hoofdoorzaken aan te wijzen:

  1. Problemen met het verwerken van prikkels
  2. Overgevoeligheid met betrekking tot textuur, geur en/of smaak van het eten
  3. Voedselneofobie
  4. Rigide eetpatronen

Problemen met het verwerken van prikkels

Kinderen met autisme kunnen enorm veel last hebben van zintuiglijke prikkels. Wanneer ze deel uit maken van een groot gezin en er aan tafel druk gepraat wordt, kan dit voor hen zeer storend zijn. Het lawaai, veroorzaakt door rammelend bestek en smakkende broertjes of zusjes kan hen belemmeren om zelf te eten. Fel zonlicht dat op de eettafel schijnt, of kleine kinderen die met hun eten zitten te smeren, kan hun de eetlust doen vergaan. De overdaad aan licht en geluid maakt dan dat ze niet 'ook nog' kunnen eten. Zeker omdat het voedsel, door zijn geur, smaak, temperatuur en samenstelling, eveneens de zintuigen prikkelt. Wanneer ze door de herrie aan tafel of de drukte van de dag, al overprikkeld zijn, kunnen ze de prikkels, door het eten zelf veroorzaakt, er domweg niet meer bij hebben.

Overgevoeligheid met betrekking tot textuur, geur en/of smaak van het eten

Het voedsel zelf kan bij veel kinderen (en volwassenen) met autisme ook voor de nodige problemen zorgen. Waar deze kinderen overgevoelig kunnen zijn voor licht en geluid, kunnen ze dat ook zijn als het gaat om de textuur van het voedsel dat ze binnen krijgen. Een hap rijst in de mond, voelt dan niet fijn, omdat elk rijstkorreltje een nare sensatie geeft op de tong en tussen de tanden. Ander eten kan als 'hard' worden ervaren of in hun gevoel nare uitsteeksels hebben. De smaak of geur van het eten kan een enorme aversie oproepen of juist troost bieden. (iemand eet graag pap omdat deze warm en zacht is)
Ook de temperatuur van het voedsel kan heel belangrijk zijn. (warm eten moet ook echt warm zijn, of juist eerst afkoelen voordat het gegeten kan worden)
Het zal niemand verbazen dat door deze overgevoeligheid op het gebied van textuur, temperatuur, geur en smaak van het voedsel, mensen met autisme beperkt in dat wat ze wel, op een voor hen prettige manier, kunnen eten.

Voedselneofobie

Mensen met een voedselneofobie durven geen nieuwe dingen te proeven, als het om eten gaat. Dit is iets wat heel vaak voorkomt bij kinderen met autisme. 'Wat de boer niet kent, dat eet hij niet'.
Zo zijn er casussen bekend van kinderen, die erachter kwamen dat ze bepaald voedsel lekker vonden, doordat hen stap voor stap geleerd werd, het te eten. Bij autistische kinderen is het vaak de diepgewortelde angst voor het onbekende en hun weerstand tegen veranderingen, die hen belet een nieuw product te proberen. Het liefst eten zij dagelijks dezelfde dingen. Soms zijn dit alleen boterhammen met kaas, maar daar voelen zij zich veilig bij.

Rigide eetpatronen

Autistische kinderen met eetproblemen, hebben soms een erg rigide eetpatroon. In hun hoofd hebben ze als het ware een lijstje met dat wat ze wanneer gaan eten. Bij het ontbijt eten ze bijvoorbeeld altijd een boterham met chocoladepasta en een beschuit met suiker. Nooit zullen ze hiervan afwijken, omdat dit niet in hun plaatje past. Een probleem wordt het pas wanneer diezelfde persoon als lunch alleen kaasstengels eet. Als het gaat om selectief eetgedrag is dit ook vaak aan de hand; er wordt te eenzijdig gegeten, waardoor een kind als het ware ondervoed raakt (een tekort aan voedingsstoffen oploopt).
Een rigide eetpatroon kan ook nog andere gevolgen hebben: in sociaal opzicht kan het hebben ervan heel lastig zijn. Stel dat het kind dat bij het ontbijt altijd chocoladepasta eet, ergens logeert waar ze dit broodbeleg niet hebben?
Ook zijn er verhalen bekend van mensen met autisme, die enorm vermagerden nadat ze een lichamelijk zware baan kregen. Zij waren gewend elke middag twee boterhammen te eten en pasten die hoeveelheid niet aan, aan hun veranderde levensomstandigheden.
Verder kan het 'kunnen eten' omgeven zijn met allerlei ongeschreven regels. Het moet bijvoorbeeld stipt om 17.00 uur gebeuren. Eten om 17.30 uur kan niet in hun beleving en dus wordt de avondmaaltijd overgeslagen.

Hulpverlening aan autistische mensen met een selectieve eetstoornis: een lang traject

Gelukkig zijn er tegenwoordig steeds meer mensen, die gespecialiseerd zijn, in het behandelen van eetstoornissen bij mensen met autisme. Juist omdat het autisme zelf zo complex is en veel eetproblemen ook zijn oorzaak daarin vinden, zijn deze ook zo moeilijk te behandelen en duurt het vaak lang voordat enig effect merkbaar is.
Belangrijk is het vooraf in kaart brengen van de problematiek en een veilige setting creëren, waarin het kind met autisme zichzelf durft te zijn. De enorme weerstand tegen nieuwe dingen wordt immers mede veroorzaakt door het structurele gevoel van onveiligheid, dat hij dagelijks ervaart. Hij vindt het moeilijk de wereld om zich heen te begrijpen en vindt soms troost in het hebben van vaste (eet)rituelen. Pas als hij zich veilig genoeg voelt, zal hij het wellicht aandurven zijn 'eetactieradius' uit te breiden. Daarbij moet ook worden gekeken naar een mogelijke overgevoeligheid voor de textuur, geur, smaak of temperatuur van het eten.
Tot slot is een rustige omgeving om in te kunnen eten, belangrijk. Een vaste structuur m.b.t. tafeldekken, tafelschikking en vaste etenstijden, kunnen hierbij ook behulpzaam zijn.
Het is belangrijk om kleine stapjes te nemen, ook al kost dit voor het gevoel veel tijd. Zelfs nadat het probleem is opgelost, is het belangrijk niet te snel met de behandeling te stoppen, omdat het kind anders vrij snel weer kan terugvallen in zijn oude eetgewoontes,

Een artikel van Sigrid Landman, o.a. bekend als schrijfster van het boek "Moederen met autisme".